Wederopbouw?
Be'eri, Nachal Oz, Re’im, Nir Oz, Erez, Zikim, Kfar Aza, Kisufim, Kerem Shalom, Nir Yitzhak... Het zijn plaatsen die op 7 oktober 2023 veranderden in plekken van inktzwarte dood en verderf. De afgelopen maanden heb ik tijdens verschillende reizen een aantal ervan bezocht. Het maakte een onuitwisbare indruk op me. Zwartgeblakerde huizen, talloze kogelgaten in de muren, spandoeken met foto’s en namen van de vermoorde bewoners met daarop de tekst: In dit huis woonde (...) die op brute wijze werd vermoord tijdens de terreuraanslag van Hamas op 7 oktober.
En terwijl je er in gedachten rondloopt, hoor je op de achtergrond de explosies en het voortdurende gezoem van drones, enigszins verzacht door het gefluit van vogels.
Even verderop waren werklui bezig met nieuwe huizen te bouwen, beschadigde woningen te herstellen en van een frisse stuclaag te voorzien. Het was de aanleiding tot een indringend gesprek met een van de bewoners. Moeten deze kibboetsen weer plekken worden van hersteld dagelijks leven, of een open wond
die zichtbaar moet blijven? Kies je ervoor om alle beschadigde huizen te slopen en opnieuw op te bouwen, met uitzondering van één verwoest huis dat als permanent gedenkteken blijft staan? En willen de mensen eigenlijk wel terugkeren naar een plek waar hun geliefden en medebewoners bruut werden afgeslacht en gegijzeld?
Misschien verwacht je in een column een duidelijke keuze. Maar eerlijk gezegd: ik zou niet weten waarvoor te pleiten. Herinnering is essentieel. Wie te snel overgaat tot de orde van de dag, kan de diepte van het trauma ontkennen. Rouw heeft tijd nodig, en soms ook een fysieke plek. Maar tegelijk geldt dat een gemeenschap niet kan wonen in een monument. Een ding is duidelijk: de gebeurtenissen van 7 oktober én de verwoestende oorlog erna - want over Gaza heb ik het nog niet eens gehad - zullen nog lang hun sporen blijven trekken.
C.J. Overeem
Verbonden jrg. 71 nr. 2 (2026-05)
www.kerkenisrael.nl/verbonden