Een nieuw Jeruzalem
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
(Openbaring 21:1-2, Herziene Statenvertaling)
Het Bijbelboek Openbaring laat zien dat zoals God zijn schepping trouw is door hemel en aarde te vernieuwen, Hij Jeruzalem trouw is door de stad te vernieuwen. Het Bijbelboek roept ons op tot een hoopvolle houding richting Jeruzalem en vraagt om ons gebed om de vervulling van Gods beloofde toekomst voor de stad.
Wat moet het voor de apostel Johannes geweest zijn toen Jezus Christus hem op het eiland Patmos openbaarde hoe God toewerkt naar zijn nieuwe wereld. Er zullen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen, waar Hij bij de mensen woont. Het nieuwe wordt zichtbaar nadat het oude voorbijgegaan is (21:1). De zee, als symbool van kwade machten, waar het beest uit Openbaring 13:1 uit opkwam, met daarop de grote hoer met de naam van de stad Babylon (17:15), is er niet meer. Alles wat tot zonde verleidt en wat als gevolg daarvan in deze wereld nog verdriet kan doen is er niet meer (21:4). De nieuwe wereld is echt helemaal nieuw. Tegelijk is er geen andere hemel en aarde. Het is deze, door God geschapen kosmos, die door Hem nieuw gemaakt wordt.
Hemel op aarde
Gods vernieuwde schepping zal opnieuw bewoond zijn. Tegenover de grote stad Babylon die ten onder gaat (18:1-10) staat het nieuwe Jeruzalem, door God gebouwd (21:2). Tegenover de goddeloze hoer Babylon, als teken van afval van God en overspel met afgoden, wordt Gods volk voorgesteld als een bruid, die voor de Bruidegom versierd is, als teken van haar verwachting en uitzien naar de komst van Jezus Christus (Jes. 54:5; 62:5; Jer. 2:32; Hos. 2:1; Joh. 3:29; 2 Kor. 11:2).
Het nieuwe Jeruzalem beeldt ruimte, veiligheid, bescherming en verbondenheid uit, en staat voor heel het volk van God (Jes. 26:1; Ps. 48). De stad daalt neer uit de hemel, wat laat zien dat zij niet door mensen, maar door God gebouwd is (Hebr. 11:10,16). Het wordt de hemel op aarde.
In Gods nieuwe wereld is de tent van God bij de mensen en woont Hij bij hen (21:3, Lev. 26:11-12; Ezech. 37:26-28). Schepper en schepsel zullen samen zijn. Wat altijd al Gods bedoeling was, komt tot vervulling. God, als de Eerste en de Laatste, blijft zijn schepping trouw. De lijn van verbondenheid tussen God en zijn volk nu wordt doorgetrokken naar straks. Het verschil is dat straks alles wat nu nog de volmaakte verbondenheid belemmert, voorgoed weg zal zijn (21:4, Jes. 25:8). Daarmee zal de vreugde volmaakt zijn.
Stad als tempel
Nadat Johannes het nieuwe Jeruzalem uit de hemel heeft zien neerdalen, wordt hij - net als de profeet Ezechiël - op een hoge berg geleid (21:10, Ezech. 40:2). Net als Ezechiël ziet Johannes een stad. Maar anders dan Ezechiël ziet Johannes geen tempel in de stad. De stad zelf is een tempel, want God woont daar (21:22). De stad is in breedte, lengte en hoogte gelijk. De kubusvorm van de stad herinnert aan het heiligst gedeelte van de tabernakel en tempel. Omdat God, samen met het Lam - Jezus Christus -, in het nieuwe Jeruzalem woont, is de stad zelf tot de meest heilige plaats geworden.
Fundamenten
De toegang tot het nieuwe Jeruzalem is door twaalf poorten naar de vier windstreken naar alle zijden open. Engelen houden er de wacht: alleen zij die door het geloof in het Lam bij het Israël van God horen en zij die uit de volken daarbij ingelijfd zijn, mogen naar binnen (21:27). Op de twaalf poorten van de stad staan de namen van de twaalf stammen van Israël geschreven.
Op de twaalf fundamenten staan de namen van de twaalf apostelen. De stad is gefundeerd op het getuigenis van de apostelen. Wie op dat getuigenis bouwen, leven in het verbond dat God met Israël sloot. Johannes ziet de eenheid tussen het volk van God in Oude en Nieuwe Testament en de doorgaande lijn van Gods verbond door de eeuwen heen.
In het licht van de Schriften heeft Jeruzalem als heilige stad hierin een belangrijke en unieke betekenis als de stad waar God zich openbaart. De volken zullen straks niet meer optrekken tegen Jeruzalem, maar wandelen in het licht van de stad (21:24). Zij zullen daar de Heere loven en aanbidden (21:26). Het is de vervulling van Gods belofte aan Abraham dat door zijn nageslacht alle volken op aarde gezegend zullen worden (Gen. 12:1-3).
Hoop voor Jeruzalem
De hoopvolle toekomst voor Jeruzalem in Openbaring 21 klinkt nadat in Openbaring 11 Jeruzalem is aangeduid als de grote stad die in geestelijke zin Sodom en Egypte genoemd wordt, waar de Heere Jezus gekruisigd werd (11:8). Johannes ziet dat er hoop is voor deze stad waar Jezus door een deel van zijn volksgenoten verworpen werd. Zoals God zijn schepping trouw is door hemel en aarde te vernieuwen, zo is Hij Jeruzalem trouw door de stad te vernieuwen.
Dat betekent tegelijkertijd het oordeel over de huidige aarde en stad. Zij zullen niet vanuit zichzelf, maar vanuit God vernieuwd worden. Het Lam dat gekruisigd werd, is opgestaan en zal in het nieuwe Jeruzalem als overwinnaar op de troon zitten (Op. 5:12; 7:10,17; 17:14). De stad zal op een wijze die ons voorstellingsvermogen te boven gaat vernieuwd worden omdat de Heere zich daaraan verbonden heeft. Hij zal er bij de mensen wonen en de stad zal zijn zoals zij bedoeld is.
Het Bijbelboek Openbaring reikt ons een bouwsteen aan voor onze visie op Jeruzalem. Het roept ons op om verder te kijken dan de huidige situatie rondom Jeruzalem. Het visioen in Openbaring vraagt om ons gebed om de vervulling van Gods beloofde toekomst voor de stad.
Gespreksvragen
- Openbaring 21 toont ons hoe hemel, aarde en Jeruzalem vernieuwd worden. Wat zegt het ons dat die niet vernietigd, maar vernieuwd zullen worden?
- Johannes ziet de eenheid tussen het volk van God in Oude en Nieuwe Testament en de doorgaande lijn van Gods verbond door de eeuwen heen. Hoe bepaalt dit onze houding ten opzichte van het Joodse volk vandaag?
- Welk verlangen roept Openbaring 21 bij u op?
(Arjan Droger is chr. geref. predikant en deputaat Kerk en Israël)
A.J. Droger
Verbonden jrg. 71 nr. 2 (2026-05)
www.kerkenisrael.nl/verbonden