Spreekt Paulus zichzelf tegen?


In het boek Handelingen komen we Paulus tegen als een Thora­getrouwe Jood: hij besnijdt Timotheüs, legt een nazireeërgelofte af en offert zelfs in de tempel. Volgens veel christenen is dat dubieus of zelfs verkeerd, en is die boodschap in strijd met de brief aan de Galaten, want daar wijst hij de noodzaak van besnijdenis af (). En daar geeft hij ook aan dat het onderscheid tussen Jood en Griek niet meer van belang is in de relatie met Christus (). Spreekt Paulus zichzelf tegen in woord en gedrag?


Over het algemeen is in de loop van de kerkgeschiedenis gekozen voor de brief aan de Galaten. Het gevolg is dan dat passages in het boek Handelingen verklaard worden als tijdelijke tegemoetkomingen, of als gewoonten uit de overgangstijd toen de tempel nog bestond.


Het is opmerkelijk dat de hedendaagse Messiasbelijdende Joden kiezen voor een andere benadering: ze willen hun Joodse identiteit handhaven en dus ook regels uit de Thora in praktijk brengen.

Twee groepen christenen

Op de reizen van Paulus komen mensen met een heidense achter­grond tot geloof in Jezus als de Messias. Dat roept de vraag op hoe ze voortaan moeten leven. Is het de bedoeling dat ze besneden worden? Dat ze de voedselwetten gaan houden? Moeten ze op Joodse wijze gaan leven, omdat Jezus de Joodse Messias is?

Dit probleem komt op het zogenaamde apostelconvent in Jeruzalem aan de orde (). De conclusie is dat de gelovigen uit de volken zich aan enige regels behoren te houden, maar niet de hele wet van Mozes hoeven te onderhouden.

De discussie betreft alleen de vraag naar de betekenis van de Thora voor de niet-Joden. Het is vanzelfsprekend dat de Joodse christenen hieraan trouw blijven. Er zijn dus twee soorten christenen: met en zonder Joodse afkomst. Beide groepen behoren tot de ene kudde van de goede Herder, maar ze zijn wel onderscheiden.

Besnijdenis van Timotheüs

Paulus wil dat Timotheüs met hem meegaat om de genomen beslissing mee te delen aan de gemeenten. Met het oog daarop besnijdt hij Timotheüs (). Dat gebeurt vanwege de Joodse moeder; waarschijnlijk heeft de Griekse vader dit in het verleden verhinderd.

De uitleggers die menen dat de besnijdenis voor iedereen afgeschaft is, hebben hier een probleem. Want Paulus neemt Timotheüs mee om aan de gemeenten uit de volken te vertellen dat de besnijdenis voor hen niet nodig is. Blijkbaar is het belangrijk dat Timotheüs beschouwd wordt als een echte Jood en dan is de besnijdenis nog steeds van toepassing. Als lid van de gemeente zal Timotheüs gedoopt zijn; ter aanvulling hierop wordt hij nu ook besneden.

Paulus’ offers in de tempel

Wanneer de apostel in Jeruzalem aankomt, ontvangen Jakobus en de ouderlingen van de gemeente hem hartelijk. Zij geven een opvallende verklaring: U ziet, broeder, hoeveel duizenden Joden er zijn die ge­loven; en zij zijn allemaal ijveraars voor de wet (). Deze Joodse gelovigen in Jezus als de Messias willen blijven leven overeen­komstig de eerste vijf Bijbelboeken.

De broeders in Jeruzalem hebben het gerucht gehoord dat Paulus de Joden leert van de wet af te vallen. Dat is een ernstige beschuldi­ging. Paulus zal begrijpen dat zij als wetsgetrouwe christenen hopen dat dit niet klopt. Inderdaad is het gerucht onjuist, want Paulus maakt onderscheid tussen gelovigen uit de volken en gelovigen uit de Joden.

Vanuit de vervulling

De Joodse gelovigen kunnen volgens Paulus gewoon de wet van Mozes in praktijk blijven brengen, ook de besnijdenis. Maar wat hij leerde was dat de heidenen dit niet behoefden te doen. Vanwege de geruchten komen de christenen in Jeruzalem met een voorstel: doe mee met vier mannen die een gelofte gedaan hebben en nu naar de tempel gaan om te offeren, en betaal de kosten hiervan. Dit doet Paulus, want hij is zelf altijd trouw aan de Thora gebleven. Hij zegt later tegen Felix: En na verscheidene jaren kwam ik om liefdegaven aan mijn volk te brengen en om te offeren (). En tegenover Festus verklaart hij: Ik heb niet tegen de wet van de Joden, niet tegen de tempel, en ook niet tegen de keizer enige zonde bedreven (; vgl. ).

Paulus en de Joodse gelovigen in Jezus hebben vastgehouden aan de wetten van Mozes, en ook aan de offers. Zoals in de tijd van het Oude Testament de offers heenwezen naar het grote offer van Christus, zo zullen zij offers gebracht hebben vanuit de vervulling. De offers zagen terug naar wat Christus gedaan had. De dierenoffers zelf konden geen verzoening bewerken, dat deed Christus alleen. Voor de eerste christenen was dat geen tegenstelling.

Brief aan de Galaten

De Galaten waren heidenen van oorsprong. Is het voldoende dat zij gaan geloven in Jezus tot vergeving van zonden? Of moeten zij ook toetreden tot het volk van de Joden? Daarover gaat Paulus' brief aan de Galaten.

Galaten 3 maakt duidelijk dat niemand door de wet gerecht­vaardigd wordt, alleen door het geloof. Daarbij is het niet van belang dat men Jood is of Griek; daarbij is het niet van belang dat men slaaf is of vrije; daarbij is het niet van belang dat men man is of vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus ().

Voor Paulus blijft het van groot belang tot welk volk men behoort, want aan Israël zijn de verbonden toevertrouwd (). In zijn concrete adviezen aan mannen en vrouwen in de gemeenten blijkt dat hij ook dat onderscheid belangrijk vindt. Maar al die verschillen gaan naar de achtergrond in het licht van de eenheid in Christus. We kunnen hier dus niet concluderen dat Paulus de Joden niet meer als apart volk beschouwt.

Toch staan in deze brief waarschuwingen tegen de besnijdenis. In stelt Paulus dat Christus de Galaten niet van nut zal zijn als ze zich laten besnijden. En hij vervolgt dat de consequentie van de besnijdenis is dat ze dan de hele Thora moeten onderhouden (). In komt het thema weer terug. Eerst in dat besnijdenis een motief is om zich te onttrekken aan vervolging. En dat de besnijdenis op zich geen kracht heeft, evenmin als het niet-besneden zijn.

Onderscheid

Hoe kan de apostel zo verschillend reageren? Het is van belang te beseffen wie hij aanspreekt. De brief aan de Galaten is gericht aan gelovigen uit de heidenen, en zij moeten zich geen Joods juk laten opleggen. Deze benadering stemt overeen met de beslissingen van het Apostelconvent in Jeruzalem.


Wanneer we onderscheid maken tussen de gelovigen uit de volken en uit de Joden vervalt de tegenspraak in het leven van de apostel Paulus. Het is boeiend om te merken dat de Messiasbelijdende Joden in onze tijd daarom veel publiceren over de brief aan de Galaten.

Dr. M.J. Paul is emeritus hoogleraar Oude Testament ETF Leuven

M.J. Paul
Verbonden jrg. 71 nr. 3 (2026-09)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
A R T I K E L
N U M M E R

- geen tekst gevonden -