pijl omhoog

Het Lam Gods

schilderij van de gebroeders Jan en Hubert van Eyck (15de eeuw)

Eerste kennismaking

Iets meer dan dertig jaar geleden zag ik in de St. Baafs kathedraal te Gent voor het eerst ‘Het Lam Gods’ van de gebroeders Van Eyck. Afbeeldingen ervan was ik wel eens tegengekomen in boeken. Maar dit was iets anders. Ik kan me nog de serene rust herinneren die het altaarstuk uitstraalde. Ook de ruimte van de zijkapel waar het stond was zodanig ingericht dat je als vanzelf stil werd en alleen maar keek. Er is ook zoveel te zien. Maar het was min of meer het totaal van het meesterwerk dat overweldigend op mij afkwam. Een apocalyptische gebeurtenis tegen de achtergrond van het West-Europese landschap van de late Middeleeuwen. Toch zijn details van zo’n kunstwerk heel belangrijk. Uren kun je ernaar kijken om telkens weer nieuwe dingen te ontdekken. Toen ben ik daar niet aan toe gekomen.

Waarom aandacht voor dit schilderij?

Een beschrijving van het altaarstuk schiet te kort. Je moet het zien. Toch is me verzocht om er iets over in dit blad te schrijven en daar is alle reden voor.

We gaan naar het jaar 2000. Het einde van een millennium staat voor de deur. Wat hebben wij te verwachten voor de toekomst? Blijft de geschiedenis maar eindeloos doorgaan? Er moet toch een keer een eind komen aan de wonderlijke en tegelijk wrede wereld waarin we leven? Zulke vragen houden de mensen bezig, soms nuchter, soms ook overspannen vanwege dat magische jaar 2000.

In het kader van ‘Vrede over Israël’ komt de vraag aan de orde welke rol Israël speelt in de christelijke toekomstverwachting. In allerlei tijden heeft de christelijke theologie zich met deze vraag beziggehouden. En vaak is op die vraag geantwoord dat voor Israël als zodanig geen toekomst is weggelegd. De kerk is in de plaats van Israël gekomen. En daarmee was, kort gezegd, de kous af. Het beeld dat van de joden in de literatuur werd geschetst was vaak negatief. De kerk heeft de toekomst. Het joodse volk als zodanig heeft afgedaan.

Nu waren (theologische) boeken in de Middeleeuwen voor de geleerden. Het gewone volk las geen Latijn - de taal van de wetenschap - noch de eigen taal. Het ongeletterde volk las de boeken die voor de leken waren bestemd: beelden en schilderijen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kerken met vele kunstwerken werden behangen. Via de beeldende kunst kwamen mensen in aanraking met de bijbelse verhalen en vaak ook met de gangbare theologische opvattingen. Die functie vervult ook het Lam Gods van Van Eyck.

Nadere beschouwing laat zien dat er een bepaalde visie op de verhouding kerk en synagoge naar voren komt die op zijn minst voor die tijd verrassend genoemd mag worden. In dit artikel zal niet op alle facetten van dit meesterstuk ingegaan worden. We stippen slechts wat aan dat van belang is voor het thema van dit nummer.

Enkele details

Het altaarstuk bestaat uit verschillende panelen die in elkaar gevouwen kunnen worden. In elkaar gevouwen vormt het a.h.w. een gesloten boek. Maar de buitenkant van dat boek - zeg maar de ‘omslag’ - is ook weer beschilderd. Daarop staan voorstellingen die te maken hebben met de verwachtingen die de profeten hebben opgeroepen en de aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria. Als dan het boek geopend wordt, komen de verschillende panelen tevoorschijn, waarbij een groot paneel vooral de aandacht trekt. Dat is het paneel waarop in het midden het Lam Gods staat als geslacht. Op een van de kleinere panelen staat Eva afgebeeld. Ze blijkt in verwachting te zijn en ze houdt een vrucht in haar hand. Bij nader toezien blijkt de vrucht geen appel te zijn, zoals gewoonlijk de vrucht van de zondeval wordt afgebeeld, maar een gele vrucht die sprekend lijkt op de citrusvrucht, de etrog* van het joodse loofhuttenfeest. En nu wordt het voor ons onderwerp interessant. Wat heeft dit typische symbool van een van de joodse feesten te betekenen?

Kerk en Synagoge

In allerlei symbolische voorstellingen wordt in de Middeleeuwen de verhouding van kerk en synagoge aangeduid. Bekend is het beeldhouwwerk aan de Dom te Straats­burg. Daar is de kerk afgebeeld als een vrouw, statig, gekroond, overwinnend met kruis en avondmaalsbeker in de hand. En aan de andere kant staat dan de synagoge, eveneens als een vrouw, geblinddoekt, duidelijk de mindere van de andere vrouw, met in haar linkerhand de profetie in de Schrift aangaande Christus verwerpend. Ook op andere voorstellingen is de synagoge de mindere van de kerk. Op schilder­stukken die het laatste oordeel verbeelden, staan de joden links van de tronende Christus en van de levensbron. Ze zijn duidelijk in verwarring en ongeloof. Daartegenover staat dan de triomferende kerk.


Op het grote paneel van Het Lam Gods van de gebroeders van Eyck staan verschillende groepen mensen afgebeeld rondom het Lam dat op het altaar staat als geslacht. Gewoonlijk worden deze mensen gezien als vertegen­woor­digers van de gelovigen uit het Oude- en Nieuwe Testament. We vinden aan de ene kant dan profeten en aartsvaders, aan de andere kant apostelen, pausen, bisschoppen en martelaren. Israël komt voor, voor zover het het Oude Testament vertegenwoordigt. Daarna speelt dat volk geen rol meer en wordt hun rol overgenomen door de Kerk, vertegen­woordigd door nieuwtestamentische - en buiten-bijbelse figuren van na het Nieuwe Testament.

Er is echter ook een andere interpretatie mogelijk die een interessant licht werpt op de verhouding kerk - synagoge. Daarin komt een visie naar voren, die beslist niet gebruikelijk was voor die tijd. Op verschillende plekken komen we citaten tegen uit het boek Openbaring. Zij geven het thema aan: De bruiloft van het Lam in het hemelse Jeruzalem. Op de rand van de put, onderaan het grote paneel staat in het Latijn te lezen: ‘Dit is de bron des levens die ontspringt uit de troon van God en van het Lam’ (zie Openbaring 21:6 en 22:1). Zagen we op een van de kleinere panelen al een symbool dat doet denken aan het loofhuttenfeest, ook het grote paneel doet daaraan denken.


Op de groep links op de voorgrond, staat een man met een wit kleed met een etrog in de hand. De figuren naast hem dragen de andere vruchten van het loofhuttenfeest. Heel de voorstelling doet denken aan het joodse loof­hutten­feest dat zijn voltooiing krijgt op het einde der dagen, wanneer alle volken samen komen om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het loofhuttenfeest te vieren. Op een van de kleinere panelen staat Christus ook afgebeeld als de tronende Koning der koningen en Heer der heren. Bovendien is gebleken dat op het grote paneel oorspronkelijk in de plaats van het altaar de troon van het Lam stond afgebeeld, aangevend de koningsheerschappij. De interpretatie die daarbij gegeven wordt is dan, dat de twee groepen niet het Oude- en Nieuwe Testament vertegenwoordigen, die elkaar in de tijd opvolgen, maar dat ze de kerk en synagoge vertegenwoordigen. En wat dan opvalt is dat beide groepen niet tegenover elkaar staan, maar dat ze het Lam Gods vereren. De groep die de joden vertegenwoordigt, staat op het paneel links in beeld en bevindt zich dus aan de rechterhand van Christus. De joden komen hier niet voor aan de kant van de verlorenen, zoals dat in die tijd wel gebruikelijk was.

Bezien we de groep aan de linkerkant nog eens wat nader, dan staat in het midden de figuur met het witte kleed en een lauwerkrans. Het witte kleed dat hij draagt, is de mantel van de Grote Verzoendag. Hij heeft de lauwerkrans op het hoofd van de overwinning die aan de martelaren zal worden gegeven.

Hij houdt de etrog in de hand als teken van de verlossing. De knielende figuren onderaan in dezelfde groep werden wel geïdentificeerd als oudtestamentische profeten. Maar ook valt te denken aan de symbolische voorstelling van de zes delen van de misjna (leer). In diezelfde groep staat vooraan herkenbaar de kerkvader Hiëronymus die aan de joden de Schrift uitlegt.

Enkele overwegingen

Als we de laatste interpretatie volgen, dan is opvallend de harmonie die uit de verschillende groepen spreekt. Van een tegenstelling tussen kerk en synagoge is geen sprake, noch van enige vorm van vijandschap tussen die twee. Allen aanbidden het Lam Gods. Wordt hier misschien een inter­pretatie gegeven van een duizendjarig rijk waarin joden en christenen samen het Lam zullen aanbidden? Was deze inter­pretatie ook toen al moeilijk en heeft men later de troon - als teken van regering - vervangen door het altaar? Ook andere toevoegingen en wijzigingen die later zijn aangebracht wijzen daarop.

Hoe het ook zij, de verhouding kerk - synagoge komt op een voor die tijd verrassende wijze aan de orde. Ze staan samen aanbiddend om het Lam.

Aan de ene kant doet dit weldadig aan. Er is geen sprake van meer of minder. Beide groepen staan op hetzelfde niveau voor het Lam Gods, al is het opmerkelijk dat de joden links op het paneel en dus rechts voor het Lam staan, een plek die velen hun niet gegeven hebben. Op dit schilderij is voor de joden duidelijk een toekomst weggelegd, samen met anderen. Zij aanbidden mede het Lam Gods.

Aan de andere kant is hier dan ook sprake van een spanning. De lerende Hiëronymus laat daar iets van zien. Jezus wordt uit de Schriften als de Messias gekend en herkend. Dat geldt blijkbaar ook voor de joden. Een christelijk theoloog wijst de joden daarbij de weg. Deze voorstelling van zaken is voor joden niet zonder problemen. Deze spanning is er tot op de huidige dag. Maar de wijze waarop die spanning gestalte krijgt in het schilderij is verfrissend. Er is geen sprake van meer of minder. Hiëronymus staat niet tegenover de joden, maar staat naast hen, is haast een van hen. En er is in ieder geval geen sprake van een vijandig tegenover elkaar staan waarbij de joden eigenlijk geen recht van bestaan wordt gegund. Dat te zien op een kunstwerk uit de late Middeleeuwen is verrassend en geeft ook vandaag nog steeds stof tot bezinning.




* Op het loofhuttenfeest wordt op bepaalde ogenblikken in allerlei richtingen gewuifd met een feestbundel die bestaat uit vier representatieve vruchten die de vruchtenoogst symboliseren. Een van die vruchten is de etrog, een citrusachtige vrucht. Het wuiven geschiedt om God als de Schepper van de wereld te eren.

ds. Jan Groenleer
Vrede over Israël jrg. 43 nr. 4 (okt. 1999)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi43-4d.php

vrede-over-israel/voi43-4d.php