pijl omhoog

De Griekse vertaling van het Oude Testament

(de ‘Septuagint’)

De bakermat

In de tweede helft van de vierde eeuw voor Christus bezette Alexander de Grote Egypte. Op zijn weg daarheen sloten zich ook talrijke Joden bij hem aan. Velen van hen vestigden zich in de door hem aan een van de uitlopers van de Nijl gestichte stad Alexandrië, die zeer snel groeide.

Ook daarvoor waren er al talrijke Joden in Egypte. Al namen deze in hun nieuwe omgeving de Griekse taal over, op religieus gebied bleven zij ongetwijfeld voor het merendeel trouw aan het geloof van hun voorvaders (en -moeders). Daarom was er spoedig behoefte aan een vertaling van de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks.

Omdat de grote Joodse gemeenschap van de koningen van Egypte de vrijheid kreeg volgens hun voorvaderlijke overleveringen en gebruiken te leven, neemt men wel aan dat ook de regering in Alexandrië er belang bij had een griekstalige uitgave van het ‘wetboek’ van de Joden te bezitten.

Het ontstaan

Al in de tweede helft van de tweede eeuw voor Christus vinden we een legendarische overlevering, volgens welke de tweede koning van de over Egypte regerende dynastie (de zgn. Ptolemeërs) opdracht gaf voor een vertaling van de vijf boeken van Mozes in het Grieks.

Een delegatie werd naar de hogepriester in Jeruzalem gestuurd met het verzoek, betrouwbare en officieel erkende handschriften alsmede kundige vertalers ter beschikking te stellen. Tijdens een feestelijk banket aan het hof verbluffen de (tweeën-) zeventig (lat. septuaginta - vandaar de naam) vertalers de koning door hun wijsheid op allerlei terreinen van het menselijke leven. De vertaling werd bij Alexandrië gemaakt; het resultaat was voor de Joodse gemeenschap van de stad aanleiding tot uitbundige vreugde.

De wezenlijke elementen van deze legende zijn in verschillende, onderling blijkbaar onafhankelijke bronnen overgeleverd, zodat men er in het onderzoek rekening mee houdt dat zij enkele historisch betrouwbare elementen bevat, bijv. de datering van de vertaling van de vijf boeken van Mozes in de eerste helft van de derde eeuw voor Christus en het contact met Jeruzalem voor dit project.

De vraag die bij deze gelegenheid beantwoord moest worden, was: Kan het woord van Israëls God eigenlijk wel in een vreemde taal ‘overgezet’ worden? Weliswaar bestond in de eredienst reeds de gewoonte om de Bijbeltekst ter verduidelijking in het Aramees weer te geven, maar ten eerste was het Aramees, anders dan het Grieks, met het Hebreeuws nauw verwant (ongeveer als Nederlands en Duits) en bovendien waren dit vrije vertalingen (parafrasen) en werden zij pas veel later schriftelijk vastgelegd. Toch kwam men blijkbaar tot de conclusie dat een vertaling in het Grieks mogelijk was.

Verschillende versies

Daarmee was echter slechts een voorlopig eindpunt bereikt. Tot de vele schatten die de woestijnbodem voor onze tijd bewaard heeft, behoren ook fragmenten van de Septuagint uit de tijd vóór de geboorte van Christus, waarvan sommige laten zien dat men toen al bezig was het bereikte resultaat te verbeteren. Zij bevatten namelijk correcties van de Griekse vertaling op grond van de Hebreeuwse Bijbeltekst die in deze tijd steeds meer een definitieve vorm aan begon te nemen.

Dankzij het werk van de kerkvader Origenes bezitten wij fragmenten van deze bewerkingen van de Griekse Bijbelvertaling waaraan wij ten dele een naam kunnen verbinden.

De naam Theodotion staat voor een bewerking op basis van een Hebreeuwse tekst die dicht bij de uiteindelijk door de Joodse schriftgeleerden vastgelegde Bijbeltekst komt.

Beroemder is de vertaling van Aquila; deze heeft niet een bestaande tekst bewerkt, maar de Bijbel opnieuw, en ditmaal op een buitengewoon letterlijke manier, uit het Hebreeuws ‘vertaald’. en niet-Joodse lezer zal er waarschijnlijk weinig van begrepen hebben. Zijn Hebreeuwse uitgangstekst was vrijwel identiek met de reeds genoemde autoritatieve tekst.

Een derde bewerking stamt van een zekere Symmachos; deze combineerde een getrouwe weergave van de maatgevende Hebreeuwse tekst met een streven naar een elegante Griekse vorm.

Voor bijv. de Psalmen weten wij van het bestaan van nog andere bewerkingen van de Griekse tekst, maar verdere details zijn onbekend.

Het belang van de Septuagint

Naast de zorg die men van Joodse zijde bleef besteden aan de Griekse vertaling van de Bijbel, en die een bewijs is van hun respect voor de Schrift, is er nog een ander aspect van de Griekse vertaling dat voor ons geloof van betekenis is.

Men heeft - m.i. met recht - wel aangenomen dat er, voordat begonnen werd de vertaling schriftelijk vast te leggen, eerst een periode was waarin de Hebreeuwse tekst door tolken werd vertaald. Vooral bij begrippen die de God van Israël van de heidense goden en het Joodse geloof van zijn heidense omgeving onderscheidden - woorden voor dingen die met de tempeldienst te maken hadden, maar ook allerlei ‘geestelijke’ begrippen (‘heiligheid’, ‘gerechtigheid’, ‘zonde’, ‘scheppen’) - hebben zich in deze praktijk van het ver-tolk-en vaste begrippen uitgekristalliseerd. Vanaf het begin van de tora vinden we daarom vaste sleutelwoorden. Ook de latere Joodse bewerkingen houden zich vaak aan dit woordgebruik. Voor ons is belangrijk dat ook de nieuwtestamentische auteurs van deze voorgevormde begrippen dankbaar gebruik gemaakt hebben.

In het moderne onderzoek van de Septuagint ontstaat steeds meer aandacht voor nog een ander aspect van dit werk.

Mede onder de indruk van de holocaust, hebben christelijke Bijbelwetenschappers er steeds meer oog voor gekregen dat het Nieuwe Testament allereerst een Joods boek is en ook zodanig dient te worden verstaan. Daarvoor is het noodzakelijk dat wij onderzoeken hoe het Joodse geloof er in de tijd rond de geboorte van Christus voor stond. De geschriften uit de woestijn van Juda hebben onze kennis op dit punt enorm verrijkt, maar daarnaast bezitten wij nog tal van andere - vaak fragmentarische - bronnen uit deze tijd. Samen kunnen zij dienen om een beeld te vormen van de veelkleurigheid van het Jodendom van deze tijd.

Tot deze bronnen moet ook de Septuagint gerekend worden, al moet gezegd worden dat het moeilijk is uit een vertaling de theologie, of beter: de geloofsovertuiging van de vertaler af te lezen. Wij zijn wellicht geneigd, een bepaalde weergave als een zeer diepzinnige vertaling aan te zien, terwijl het in werkelijkheid slechts een verlegenheidsoplossing was!

Mede daarom wordt tegenwoordig veel aandacht besteed aan de zgn. ‘vertaaltechniek’. Pas wanneer we weten hoe de vertaler van een Bijbelboek (want elk Bijbelboek is in de regel het werk van een afzonderlijke vertaler geweest) een bepaalde Hebreeuwse constructie in het Grieks weer placht te geven, kunnen wij zeggen of een weergave in de Griekse vertaling op een bewuste keuze berust, of dat het een standaardweergave is die in het Grieks de mogelijkheid van een diepzinnige uitleg toelaat.

Om een beroemd voorbeeld te nemen: De vertaler van het boek Jesaja vertaalt de uitspraak (Jes. 7:14), dat een jonge vrouw (een meisje op huwbare leeftijd, hebr. ‘alma) een zoon zal baren met het Griekse woord voor ‘maagd’ (parthenos), een woord dat hij elders enkele malen als weergave voor hebr. betoela ‘maagd’ kiest. Het woord ‘alma komt in de Hebreeuwse Bijbel weinig voor, in het boek Jesaja slechts éénmaal. Daar komt bij dat de vertaler van dit boek nogal vrij vertaalt en dat het woord ‘alma al eerder (Gen. 24:43) met parthenos weergegeven is. Het is dus twijfelachtig of we aan deze weergave een theologische waarde toe mogen kennen.

Maar ook bij een meer nuchtere benadering van de Septuagint blijft dit werk een belangrijke verworvenheid van het Hellenistische Jodendom, waaraan in de theologische studie gerust meer aandacht zou mogen worden besteed.


Wie meer over de Septuagint wil weten, zij verwezen naar het belangrijke boek van dr. W. Aalders, De Septuagint. Brug tussen synagoge en kerk, Heerenveen 1999. Zeer lezenswaardig is ook het overzichtsartikel van J.L. Seeligmann in het Jaarbericht van het Vooraziatisch-Egyptisch Genootschap ‘Ex Oriente Lux’ nr. 7 (1940), Problemen en perspectieven in het moderne Septuaginta-onderzoek, blz. 359-390e (met addenda op blz. 763-766) dat in tweedehands boekhandels vaak voor een habbekrats te vinden is.

dr. Kees den Hertog
Vrede over Israël jrg. 44 nr. 1 (feb. 2000)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel