pijl omhoog

Het glas-in-loodraam over Aser, van Marc Chagall

(bij de voorpagina van ‘Vrede over Israël’, jrg. 50 no. 5)


In de synagoge van het Hadassah ziekenhuis in Jeruzalem heeft de joodse schilder Marc Chagall de zegenspreuken van Jakob tot zijn zonen (Gen. 49) in glas-in-loodramen vertolkt.


Aser is de tweede zoon van Zilpa, de slavin van Lea. Via haar schonk Lea aan Jakob zijn achtste zoon.

Bij de geboorte van dit kind lijkt aan de frustraties van Lea een einde gekomen te zijn. Er komt meer vrede in haar leven, zoals blijkt uit haar reactie:

Ik gelukkige!
Voorzeker zullen de jonge dochters mij gelukkig prijzen;
en zij gaf hem de naam Aser’ (Gen. 30:13).


Aser betekent dus geluk. Dat mag hij brengen. Hij mag vreedzaam zijn. Hij heeft geen naam gemaakt met het voortbrengen van profeten en richters. Zijn kracht lag dus niet in geweld. Integendeel, de vruchtbaarheid van het land dat hem was toebedeeld en de edelmoedigheid van zijn karakter gaven Aser de “macht” om dienstbaar te zijn. Hij leverde aan zijn broeders olijfolie! Zo was hij in politiek, cultureel en geestelijk opzicht dienstbaar aan Israël door de levering van zalf en wijdingsolie voor de tempel.


Jakob zegent hem met de woorden:

Aser, zijn spijze zal vet zijn,
en hij zal koninklijke lekkernijen leveren (Gen. 49:20).


Woorden die later door Mozes worden onderstreept:

Gezegend zij Aser onder de zonen,
hij zij bemind door zijn broeders,
en hij dope zijn voet in olie (Deut. 33:24).


In het raam van Chagall over Aser staan de thema’s die verband houden met de olijfboom, zijn vrucht en olie op de voorgrond. De overheersende kleur van het raam wordt gedicteerd door de tweeledige kleur van de bladeren van de olijfboom, groen en zilverachtig lichtgrijs én door de warme kleur van de olijf.


Het raam toont:

  • Het symbool van de stam Aser, de olijfboom; beslaat de rechterzijde van het raam.
  • Een duif met een vredestakje in de snavel bovenaan, typeert het karakter van Aser.
  • De voedende olie is onderaan overvloedig aanwezig in een aantal voorwerpen:
    • De eettafel, na de verwoesting van de tempel de plaats van de huiselijke eredienst. Daarop een kom voor voedsel die met olie genuttigd wordt.
    • De zevenarmige kandelaar van de tempel, symbool van geestelijk licht, die gevoed werd met zuivere olie.
    • Een oliekan linksonder.
  • Een kalfje op de rug bij de tafel dat verwijst naar het door olie gewijde brandofferaltaar.
  • Een koninklijk bord, boven de oliekan, met de woorden ma’adanei mèlèch (koninklijke lekkernijen).
  • Een vogel met uitgeslagen vleugels met koninklijke kroon; verwijst naar olie om koningen en de Messias mee te zalven.


Chagall lijkt een soort ladder van waarden te willen vormen:

  • Onderaan, rituele voorwerpen.
  • Daarboven, koninklijke en Messiaanse soevereiniteit.
  • Bovenaan de duif van universele vrede die alles overziet. Deze duif belichaamt de hoogste morele en geestelijke aspiraties van Israël.

zie ook: Ruben, Juda, Jozef en Levi

drs. Kees van den Boogert
Vrede over Israël jrg. 50 nr. 5 (nov. 2006)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel