pijl omhoog

Een koninkrijk van priesters


In Exodus 19:6 wordt het volk Israël een ‘koninkrijk van priesters’ genoemd. Een ere­titel, want welk ander volk kreeg deze naam van God? Maar behalve een eretitel is het ook een ‘werktitel’ die wijst op de speciale positie en taak die Israël krijgt. In dit artikel beschrijven we eerst wat die taak is en hoe die gestalte moest krijgen. Vervolgens letten we op de uitleg die vanuit de oude Joodse traditie tot ons komt.


Exodus 19 doet verslag van de aankomst van het volk Israël bij de berg Sinaï. Daar zal God Zijn wetten geven en met Israël een verbond sluiten. Voordat de HEERE echter Zijn geboden geeft, beproeft God de gesteldheid van het hart. Is het volk bereid om met Hem in een verbond te treden? Daarvoor laat God de volgende boodschap over­brengen (Ex. 19:4-6a in eigen vertaling):

Ú hebt gezien wat Ik met de Egyptenaren gedaan heb en dat Ik u op arendsvleugels gedragen en u bij Mij gebracht heb. 5a Nu dan, als u aandachtig naar Mijn stem luistert en Mijn verbond bewaart, 5b dan zult u voor Mij uit alle volken een kostbaar eigendom zijn – immers heel de aarde is van Mij. 6a Ja, ú zult voor Mij een konink­rijk van priesters en een heilig volk zijn.

Ingebed

Het volk kan zijn bereidheid tonen door in te stemmen met de opdracht: luisteren naar Gods stem en Zijn verbond bewaren (vers 5a). Van belang is dat deze opdracht niet als kale eis wordt gelezen, maar ingebed in daden van Gods verkiezende liefde. Dat blijkt uit de verwijzing naar Gods grote daden in het verleden (vers 4) en uit de aanwijzing van de bevoorrechte positie die Israël voor God mag innemen (vers 5b en 6a).

Het voorrecht om Gods eigendom te zijn (vers 5b), specifieker Gods koninkrijk van priesters en heilig volk te zijn (vers 6a), zal straks met de verbondssluiting worden be­krachtigd. Vanaf dat moment heeft Israël officieel deze positie. Dit is niet een positie die in de praktijk moet worden verdiend, maar een geschonken en opgedragen positie die in praktijk moet worden gebracht. Hoe? Door te luisteren naar Gods stem en Zijn verbond te bewaren (vers 5a).

Andere volken

Dit ‘luisteren’ en ‘bewaren’ houdt allereerst in dat God als Koning wordt erkend en gediend. Dit dienen van God wordt als priesterlijke taak voorgesteld. Maar een priester heeft zijn dienst aan God voornamelijk toch te vervullen ten dienste van anderen. Op dit punt volstaat niet de uitleg dat de Israëlieten voor elkaar de priester­dienst hebben te vervullen. Nee, deze priesterdienst heeft het volk te vervullen met het oog op de andere volken. Want nu het nageslacht van Abraham tot een groot volk geworden is (Gen. 12:2), moet - overeen­komstig de tweede helft van de belofte aan Abraham - ook de zegen naar ‘alle geslachten van de aardbodem’ uitgaan (Gen. 12:3).

De weg waarlangs die zegen tot de volken zal komen, is de weg van ‘luisteren’ en ‘bewaren’. Dat is: gehoorzaamheid. Dat bleek zo al in het leven van Abraham (Gen. 22:18) ‘alle volken van de aarde zullen gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent’), en zal ook tot stand moeten komen door de gehoorzaam­heid van het nageslacht van Abraham.

Joodse uitleg

Uit geschriften uit de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament blijkt dat onder de Joden de gedachte aanwezig was dat heel het volk een priesterlijke status had (2 Makka­beeën 2:17; Jubileeën 16:16-19, 33:20). Philo van Alexandrië omschrijft deze taak als ‘voortdurend bidden voor alle geslachten, het weren van het kwaad en het laten delen in het goede’ (De Vita Mosis I,27).

Uit de tweede eeuw van onze jaartelling stammen twee midrasjim (uitleggingen) op Exodus, de zogeheten Mekhilta’s. Wat hierin opvalt, is dat niet langer het hele volk als priesters wordt gezien. De aanduiding ‘priesters’ is in deze Mekhilta’s een ver­wijzing naar de bestuurlijke taak van de leiders van het volk. Ter verklaring van deze omslag wordt de zonde met het gouden kalf genoemd.

Drie kronen

Een ander opvallend punt is dat in de Mekhilta de-rabbi Shimon voor de uitleg op Exodus 19:4-6a het beeld van een drietal kronen wordt gebruikt. Israël wordt ge­kroond met de kroon van de Thora, de kroon van het priesterschap en de kroon van het koningschap. (NB: De uitdrukking ‘koninkrijk van priesters’ wordt ook wel vertaald als ‘koningen en priesters’, o.a. in de Targum.) Ook in de Misjna, komt het beeld van de drie kronen terug (o.a. bT. Abot IV,13). Uit de verschillende vindplaatsen blijkt dat de kroon van de Thora als belang­rijkste kroon werd gezien.

Een verklaring voor de omslag van het priesterschap voor heel het volk naar een deel ervan, als ook van het steeds belangrijker worden van de ‘kroon van de Thora’, is de verwoesting van de tempel in het jaar 70 en het einde van de Bar Kochba-opstand in 136. De gedachte dat het Joodse volk iets te betekenen had voor het welzijn van de andere volken was een onmogelijkheid geworden. Wat overbleef was een ‘conserveren’ van de eigen bijzondere positie voor God, in het bijzonder door een nauwgezet leven volgens de Thora.

Opdracht

Deze ontwikkeling in de Joodse geschiedenis is dus van invloed op de Rabbijnse uitleg van Exodus 19:5a-6a. De woorden van vers 5b (Israël als Gods eigendom) zijn centraal komen te staan. De aanduiding ‘koninkrijk van priesters’ (vers 6a) is daarvan los­gemaakt en op één lijn gezet met de opdracht van vers 5a, de ‘kroon van de Thora’. Het leven volgens deze ‘drie kronen’ moet er dan voor zorgen dat dit ‘eigendom-van-God-zijn’ veiliggesteld wordt.

Kortom: de aanduiding ‘koninkrijk van priesters’ geldt nog maar voor een deel van het volk. Het is ook niet een voorrecht, maar een taak die, net als de opdracht om naar Gods stem te luisteren en Zijn verbond te bewaren, nageleefd moet worden. Wat in de christelijke uitleg gezien wordt als een geschonken voorrecht, namelijk Gods eigendom te zijn, blijkt in de Joodse uitleg een te verdienen voorrecht. In plaats van een leven uit de belofte is er een leven met de wet.

Getuigenis

Op welke manier kan het bovenstaande ons helpen in de ontmoeting met Israël? Het kan ons inzicht vergroten in de plaats die de Thora in het leven van het Joodse volk inneemt. Vanuit dat besef kunnen we de taak onder ogen zien, hoe het ‘systeem’ van drie kronen ontvlochten kan worden tot een leeswijze waarin ‘eis en belofte’ op een evangelische manier functioneren. Dat wil zeggen: er mag een getuigenis gebracht worden van God, Die niet alleen doet wat Hij belooft, maar ook geeft wat Hij eist. En opent dat niet een deur om te spreken over Hem voor wie de ‘kroon van doornen’ gevlochten werd?

drs. Nico Cornet
Verbonden jrg. 61 nr. 4 (nov. 2017)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden