omhoog

Niet ver van verdwijning...


Wat moet je als directeur van een organisatie die veel met Israël heeft, als de voorbereidingscommissie van jouw jaarlijkse landelijke conferenties komt met een thema dat gebaseerd is op de brief aan de Hebreeën? Een veto uitspreken? Of toch maar de sprong in het diepe wagen en de uitdaging aangaan?


Ieder jaar organiseert de Near East Ministry (NEM), een organisatie die staat voor ontmoeting met Israël en de Arabische volken, de Reveilweken. Dit zijn geloofs­opbouwende conferenties waarin de deelnemers worden opgeroepen om te ontwaken uit de roes van het consumentisme en de moderne ik-gerichtheid. Zij worden er ook gestimuleerd en toegerust om vrolijk kruisdragend achter Jezus aan te gaan. Dit met de bedoeling dat de zuurdesem van het Koninkrijk (Matt. 13:33) heel ons land zal gaan doortrekken en Nederland zich omkeert en serieus werk gaat maken van het dienen van de God van Israël.

Nieuw verbond

Dit jaar koos de voorbereidingscommissie voor het thema 'Niets boven Jezus' met de brief aan de Hebreeën als uitgangspunt. Het thema is schitterend, maar past het genoemde Bijbelboek wel bij de NEM? We zijn een organisatie die oog heeft voor de bijzondere positie van Israël in Gods heilsplan voor de wereld en die onderwijs geeft over de Joodse wortels van ons geloof. Als je naar de theologie­geschiedenis kijkt dan kun je er niet omheen dat Hebreeën nogal eens gebruikt is om Israël als verbondsvolk en/of de Thora af te serveren. Men meende uit Hebreeën op te kunnen maken dat het verbond met Israël eigenlijk verleden tijd is en dat er een nieuw verbond (met de christelijke gemeente) voor in de plaats is gekomen. Wat haal je overhoop als je zo'n Bijbelboek tot het centrum van je jaarlijkse conferentie maakt? In welke valkuilen kun je trappen en hoe voorkom je dat het zicht op de nog uitstaande beloften voor het volk Israël (Rom. 9:4) en de wereld ondersneeuwen in gekibbel over 'de ware kerk des Heren' en 'de bruid van zijn verbond' (gezang 303, Liedboek voor de kerken).


Maar als je dan, ondanks reserves, het Bijbelboek zelf laat spreken, dan komt er toch een heel ander beeld naar boven. Dan horen we woorden die door en door Joods zijn en die speciaal de Joodse volgelingen van Jezus willen bemoedigen om vol te houden. Volgens Hebreeën was de komst van Jezus geen breuk met en het einde van het 'oude verbond', integendeel. Gods verbondsgeschiedenis met het volk dat Hij geformeerd en gekozen heeft gaat door. Het 'nieuwe verbond', waarin nu ook de heidenen mogen delen, wordt niet voor niets met het huis van Israël en het huis van Juda gesloten (Jer. 31:31). Zo bewijst God dat Hij trouw is aan zijn beloften en dat Hij nooit loslaat wat zijn Hand begon.

Bijdetijds

Volgens Hebreeën is het nieuwe verbond geen breuk met het oude. Het is veel meer een 'doorgaande vervolmaking'. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat Gods wet nu in ons hart geschreven wordt. Oude woorden, die ook nu nog volop actueel zouden kunnen zijn als we ze ook echt serieus zouden gaan nemen. De Wet en de Profeten bevatten zoveel wijsheid over omgaan met elkaar en met de schepping. En leert de corona-crisis ons ook niet dat 'achterhaalde voorschriften' over rein en onrein (Deut. 14:18) nog best wel eens bijdetijds zouden kunnen zijn? Deze zomer hopen we er met elkaar verder over na te denken: www.neareastministry.nl/reveilweken.



Piet Jonkers is algemeen directeur van Near East Ministry

drs. Piet Jonkers
Verbonden jrg. 64 nr. 2 (apr. 2020)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden