Hier ziet u hoe de pagina er ongeveer uit komt te zien als u die afdrukt.


normale weergave

print deze pagina


Het Nieuwe Testament en de staat Israel

Het Nieuwe Testament en de staat Israël


Het Nieuwe Testament bevat geen enkel positief argument voor het bestaan van een joodse staat Israël (p. 15). Dat stelt Hans van Oort in zijn boek Israël? Wat Jezus, Apostelen en Evangelieschrijvers werkelijk zeggen (2025). Het Nieuwe Testament zegt inderdaad niets over de in 1948 gestichte staat. Maar betekent dat dus dat christenen onmogelijk achter een staat Israël kunnen staan (p. 13)?


Van Oort bespreekt van alle boeken van het Nieuwe Testament wat ze te zeggen hebben over de staat Israël. Steeds concludeert hij dat de schrijvers van het Nieuwe Testament geen aards-messiaans rijk verwachten, maar een geestelijk koninkrijk van God, dat er nu al is en dat met Jezus’ wederkomst in volheid zal komen.

Geestelijk koninkrijk?

De term geestelijk koninkrijk vinden we echter nergens in het Nieuwe Testament, en Van Oort legt ook niet uit wat hij ermee bedoelt. Lucas schrijft over een maaltijd waar mensen uit alle windstreken aanliggen met de aartsvaders en de profeten (Lucas 13:29). Is dat geestelijk? Het lijkt me juist een heel aards beeld. Van Oort benadrukt met het woord geestelijk dat we nu al kunnen leven volgens de waarden van het koninkrijk. Maar we doen dat in de verwachting van een herstelde schepping (Romeinen 8:21, Openbaring 21:1).

Van Oort doet met de noemer geestelijk koninkrijk ook geen recht aan de diversiteit die we in het Nieuwe Testament aantreffen. Lucas spreekt over Jezus’ terugkeer naar de aarde om als Davidische messias alles te herstellen (Handelingen 3:21, waaronder het koninkrijk van Israël, Handelingen 1:8). Bij Johannes spreekt Jezus echter over het hemelse huis van zijn Vader, waar Jezus woonruimte gereed maakt voor zijn leerlingen (Joh. 14:1-3). Openbaring heeft het over een hemels Jeruzalem dat neerdaalt op een vernieuwde aarde (Openbaring 21:1-2). De Bijbel wil ons niet in details infor­meren over de toekomst, maar met beelden van heil aansporen tot volharding.

Geschiedenis

De huidige staat Israël is niet gelijk te stellen aan het koninkrijk van God zoals het Nieuwe Testament erover spreekt. Maar wat kun je vanuit het Nieuwe Testament wél zeggen over de staat? Van Oort benadrukt dat de schrijvers van het Nieuwe Testament nergens de verwachting uitspreken van een toekomstige staat Israël. Dat is waar, maar zij hadden sowieso niet verwacht dat de geschiedenis nog tweeduizend jaar zou voortgaan. Toch moeten we proberen die geschiedenis te duiden vanuit wat de Schrift ons leert. Ik zie dan twee lijnen, die ruimte laten voor een constructievere visie op de staat Israël dan Van Oort voorstaat.

Terugkeer uit ballingschap

De eerste lijn is de duiding van de messiaans Joodse theoloog Mark Kinzer. Hij wijst op teksten uit Lucas, over Jezus’ onthaal bij zijn wederkomst als Hij die komt in de naam van de Heer (Lucas 13:35) en over de nieuwe ballingschap van het Joodse volk tot de tijd van de heidenen vervuld zal zijn (Lucas 21:24).

Kinzer beschouwt de terugkeer van Joden naar het land, de stichting van de staat Israël én de groeiende beweging van messiasbelijdende Joden als teken dat de tijd van de heidenen voorbij is. De focus ligt daarbij vooral op de terugkeer van het Joodse volk uit de diaspora. De vorming van een (Joodse) staat is de concrete gestalte daarvan in de context van het huidige internationale recht.

Mark Kinzer is er duidelijk over dat hij de teksten uit Lucas en Handelingen leest in het licht van de recente geschiedenis. Bovendien leest hij ze ook in het licht van de rabbijnse traditie waar hij zich als messiaanse Jood mee verbonden voelt. In die traditie wordt de verlossing veel explicieter verbonden met terugkeer naar het land dan in het Nieuwe Testament. Daar zal de Messias onthaald worden. Het Nieuwe Testament biedt dus wel aanknopingspunten voor een theologische duiding van de geschiedenis waar de staat Israël een legitieme plek in heeft. Van Oort gaat daar in zijn boek aan voorbij. Hij bespreekt Lucas 13:35 nergens in zijn boek.

Gods koninkrijk als spiegel

Er is nog een tweede lijn om vanuit het Nieuwe Testament naar de staat Israël te kijken, en in feite naar elke staat. De verwachting van Gods koninkrijk - juist in zijn aardse concreetheid - werkt als spiegel voor de machten van de wereld. Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar, zegt Jezus bij het pesachmaal voor zijn dood (Lucas 22:25-26).

Direct aansluitend zegt Hij dat de twaalf apostelen in zijn koninkrijk zullen regeren en rechtspreken over de twaalf stammen. Christenen zijn geroepen om te leven volgens de normen van het komende koninkrijk van God, niet van de machten van de wereld. De zachtmoedigen zullen het land beërven, citeert Jezus Psalm 37:11 (Mat. 5:5). Dat heeft ook politieke implicaties. Politieke autoriteiten hebben gezag van God ontvangen om rechtvaardig te oordelen en de zwakken te beschermen, en kerken mogen hen daarop aanspreken (zie hierover Oliver O’Donovan, The Desire of the Nations). Dat geldt voor de Nederlandse staat, maar ook voor de staat Israël.

Doorgaande lijn

Die kritiek is bij uitstek nodig wanneer er onrecht wordt begaan in naam van God en van zijn Woord. De boodschap van het Nieuwe Testament staat diametraal tegenover het extreme religieus zionisme van politici als Ben-Gvir en Smotrich, die de rechten van Palestijnen negeren en geweld legitimeren op grond van een Bijbelse claim op heel Judea en Samaria.

De doorgaande lijn in het Nieuwe Testament is de oproep te volharden in geloof tot de verschijning van de Mensenzoon - Hij zal zijn rijk vestigen, niet wij. Het Nieuwe Testament is met die nadruk heel Joods - dezelfde gedachte vinden we in geschriften uit de tijd van het Nieuwe Testament, zoals 4 Ezra en 2 Baruch, en tot de dag van vandaag in delen van het (ultra)orthodoxe jodendom, die de staat Israël niet erkennen maar wachten op de komst van de messias.

Conclusie

De studie van Van Oort is een hartenkreet, geschreven vanuit verontwaardiging over christelijke steun aan het Israëlische optreden in Gaza en het geweld van extremistische kolonisten op de West­bank. Die verontwaardiging begrijp ik goed. Maar de boodschap van het Nieuwe Testament laat zich slecht samenvatten onder de noemer van een geestelijk koninkrijk.

We mogen uitkijken naar een herstel van de schepping en een rijk van vrede en gerechtigheid op aarde. In het licht van die verwachting kunnen we ons met veel Joden verheugen over hun terugkeer naar hun thuisland, en tegelijk kritisch zijn op de politiek van Israël (en van Nederland en andere staten) waar een regering handelt op een wijze die haaks staat op dat komende rijk.

A.J. den Heijer
Verbonden jrg. 71 nr. 2 (2026-05)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden
A R T I K E L
N U M M E R