pijl omhoog

De Messiaanse beweging
en haar betekenis voor christenen


Bespreking van het boek van Evert van der Poll,
‘De Messiaanse beweging en haar betekenis voor christenen’
Uitgever: Shalom Books te Putten; 317 pagina's; prijs: € 16,-


Onder deze titel verscheen een boek van de evangelische publicist Evert van der Poll. Hij geeft in dit fors uitgevallen boek een duidelijk beeld van een beweging die sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw steeds meer in omvang is toegenomen en daardoor meer opvalt en ook van zich doet horen.


We behandelen dit jaar in dit tijdschrift een aantal vragen die Israël aan de kerk stelt, zoals prof. Miskotte die indertijd formuleerde. Nu, zo zijn de Jezus als Messiasbelijdende Joden zelf ook een vraag aan de kerk.

Alleen al de positie van deze christenjoden in of buiten de kerk geeft al aan dat het praktisch en theologisch lang niet eenvoudig is hun plaats te bepalen. Van der Poll geeft in een citaat van een Joods-christelijke schrijver aan dat de Messiaanse Joden de Joden moeten helpen begrijpen dat Jezus hún Messias is en dat zij de christelijke gemeente moeten helpen begrijpen wat haar Joodse wortels zijn.


De schrijver geeft in de eerste hoofdstukken een historisch overzicht van deze ‘beweging’.

Daarbij gaat hij voorbij aan de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis, te beginnen met de situatie zoals die in het bijbelboek Handelingen wordt beschreven. De lezer krijgt zodoende geen totaaloverzicht vanaf die tijd, en pas achteraf wordt vermeld dat in de loop van de derde eeuw het Joodse element in de kerk steeds meer verdween. Maar het gaat de auteur vooral om de wortels van de huidige Messiaanse stroming.

Sinds 25 jaar een opmerkelijke groei

Van der Poll ziet vanaf eind negentiende eeuw een ontwikkeling zich aftekenen.

Eerst waren het verenigingen van christenen die aan Joden het Evangelie brachten. De Joden die tot geloof kwamen werden in de bestaande kerken opgenomen, waar weinig of geen aandacht was voor hun Joodse achtergrond en/of praktijk. Toch verhieven enkelingen, zoals Isaäc da Costa in ons land, hun stem.

Toen kwamen er verenigingen van Joodse christenen, die wel in hun eigen kerken bleven, maar via deze onderlinge contacten hun Jood zijn konden beleven. Van der Poll weet ook van Joden die geen lid van een bestaande kerk werden, maar wel in de Messias van het Nieuwe Testament geloofden.

Tenslotte ontstonden er eigen Joods-christelijke gemeenten, die al dan niet bij een kerkverband zijn aangesloten. In Israël zelf heeft de bekende Christ Church in Jeruzalem de oudste papieren.


Volgens de auteur was het vooral de Jesus People Movement in Amerika tijdens de jaren zestig/zeventig die veel Joodse jongeren aantrok, zodat er een eigen beweging Jews for Jesus ontstond. Er zijn daar nu zo’n driehonderd Messiaanse gemeenten, die nog steeds groeien!

In de staat Israël zijn er naar voorzichtige schattingen thans ongeveer vierduizend Joodse christenen. En die laten steeds duidelijker van zich horen.

Dit alles is op z’n minst een opmerkelijke ontwikkeling. Zijn we er sinds de afgelopen vijfentwintig jaar getuige van hoe God Zijn profetieën vervult?


Van der Poll wijst er m.i. terecht op dat er sinds de kerk geen dwang meer toepaste méér Joden uit eigen vrije wil tot geloof zijn gekomen dan in al die eeuwen daarvoor. Ook blijft het een opmerkelijk feit dat hoewel de christenen en hun kerkelijke instanties de Joden absoluut niet jaloers hebben gemaakt - integendeel zelfs - er juist een toename van Joodse bekeringen is waar te nemen. De Messiaanse beweging neemt tegen de stroom van de geschiedenis in zijn plaats in!

Echte Joden

De wrange vrucht van zoveel eeuwen wrijving tussen Kerk en Synagoge is helaas wel dat het officiële Joodse standpunt is dat de Jood die in Jezus gelooft tot een andere godsdienst is overgegaan.

Dit pijnpunt willen de Joodse christenen nu juist weg hebben. Zij zeggen immers uit volle overtuiging dat zij door het geloof in de door God aan Israël geschonken Messias nu pas de door God bedoelde Jood zijn en in de goede verhouding tot Hem zijn komen te staan, nl. door het geloof inde lijn van vader Abraham. Vandaar dat zij zich zoveel mogelijk aan de bestaande Joodse praktijk willen aanpassen.

Het viel mij op dat Van der Poll stelt dat in Israël zelf de Messiaanse Joden veel minder geneigd zijn elementen uit de orthodoxe traditie over te nemen omdat deze bij de publieke opinie niet populair is.

Maar buiten Israël ligt dat anders! De Jezus als Messiasbelijdende Joden doen wel mee met traditionele gebruiken als besnijdenis, sabbatviering, het houden van bijbelse hoogtijdagen en het gebruiken van kosjer voedsel. Dit voorzover ze terug gaan op de Tenach. Voor gebruiken die uit de rabbijnse traditie komen ligt dat minder stringent. Hiermee kiezen deze Joden dus niet voor de gelijkwaardigheid van zowel de schriftelijke (O.T.) als de mondelinge (door de rabbijnen overgeleverde) traditie die Mozes beide vanaf de berg gekregen zou hebben. Maar dan nog wordt er verschillend gedacht over de geldigheid van de geboden: als de ceremoniële geboden in Christus vervuld zijn, wat moeten we dan met de overige?

Buiten het schema

Afkomstig uit de evangelische hoek, is Van der Poll bekend met de diverse eindtijdschema’s die daar heersen. Hij schroomt echter niet te constateren dat de bekering van zoveel Joden niet past in de meeste schema’s omdat zij uitgaan van een massale bekering die pas na de opnamen van de gemeente zal plaatsvinden. Hij stelt terecht dat de in Joh. 19:37 aangehaalde profetie uit Zach. 12 (‘Zij zullen Hem zien, Die ze doorstoken hebben’) reeds tijdens Jezus’ sterven in vervulling ging en sindsdien alle eeuwen door in de levens van Joden vervuld werd.

Zo trof mij wel vaker het beheerste, nuchtere omgaan met de Bijbeltekst. Sprekend over Gods plan met Israël komt Van der Poll met de verhelderende vergelijking met een schilder, die aan zijn schilderij werkt. Deze werkt niet rechtlijnig mathematisch, zoals de aannemer vanaf een bouwtekening, maar schetsmatig en creatief; niet op ruitjespapier maar op een wit doek, en hij is telkens met de details én met het grote geheel bezig. Gaandeweg wordt de betekenis van deze of gene penseelstreek op het doek voor een toeschouwer steeds duidelijker.

Ik onderschrijf ten volle zijn visie op de uitleg van de profetieën, nl. dat we ons niet moeten laten beheersen door het schema: eerst een bekering van het volk en dan pas terugkeer naar het land of andersom, maar dat we beide dingen zien gebeuren en zo het brede perspectief dat de profeten bieden moeten aanhouden.

Dat de Messiasbelijdende Joden ook een storend element zijn in de toenemende dialoog tussen Kerk en Synagoge komt eveneens ter sprake. Zij willen namelijk het getuigenis dat Jezus de Messias ook voor de Joden nodig is tot hun behoud, niet onder tafel houden.


In het derde deel komen de theologische vragen expliciet aan de orde, zoals die tijdens de historische beschrijving ook al werden aangeroerd. Daarbij worden thema’s besproken als de betekenis van de Messias voor alle Joden (nl. de lijdende Zoon van Jozef en de koninklijke Zoon van David), de verhouding tussen het volk en de gemeente en die tussen de oudtestamentische wetten en het evangelie. Tenslotte ook de landbelofte.

Over al deze thema’s wordt verschillend gedacht. Een eigen, algemeen erkende Messiaanse theologie is nog in opkomst. Zelf probeert Van der Poll in een zelfstandige gemeente gestalte te geven aan de verbondenheid met Israël. Hij vraagt of we als kerk bereid zijn onze Joodse broeders en zusters een ‘thuisgevoel’ te geven. Zo pleit hij voor het vieren van de Joodse feestdagen op de bijbelse tijd, maar erkent tegelijkertijd: Wie ben ik, dat ik kerkgenootschappen tot het bijstellen van het kerkelijk jaar zou kunnen bewegen?


Dit boek verschijnt, zoals in een naschrift wordt gezegd, als voorproef van de uitkomst van een studie die hij verricht aan de Evangelische Theologische Faculteit te Vaux-sur-Seine. We kunnen dus meer van de schrijver verwachten. Voorlopig voert hij op integere, sympathieke wijze het pleit voor meer begrip voor en bereidheid tot luisteren naar deze broeders en zusters in Jezus Christus van het volk waarmee God Zijn verbond nooit heeft opgezegd.

ds. Harry Rietveld
Vrede over Israël jrg. 46 nr. 2 (mrt. 2002)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi46-2d.php

vrede-over-israel/voi46-2d.php