pijl omhoog

ICI vroeger en nu


In 1946 werd het ICI (= Interkerkelijk Contact Israël) opgericht. Op 5 oktober 2009 werd het 60-jarig bestaan met oud-leden herdacht. Er is ook een overzichtsbundel van deze jaren verschenen onder de titel Christelijke Stemmen over het Jodendom (Uitg. Eburon Delft 2009). Hierin zijn de geschiedenis en de activiteiten van het ICI door de jaren heen beschreven.

Het begin

Direct na WO II leefde er het besef in de kerken in Nederland, dat een gezamenlijke bezinning hard nodig was op haar relatie tot de Joden, het jodendom en de staat Israël. Zo ontstond het ICI als een plek van overleg en actie van kerken. De Neder­landse Hervormde Kerk nam hierin het voortouw. Mee gingen doen: de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Evangelische Broedergemeente, de Gereformeerde Kerken, de (Hersteld) Evangelisch Lutherse Kerk, de Remonstrantse Broederschap en de Unie van Baptistengemeenten. Vanaf 1974 nam ook de Rooms-Katholieke Kerk deel aan het beraad.

Bijzonder was het, dat ook de Vereniging van Messiasbelijdende Joden Hadderech onder leiding van mw. Eberlé-Gotlib ging participeren. Dit was het enige Israëlorgaan in Nederland, waaraan deze vereniging deelnam!


Ik zelf was lid van het ICI van 1976 tot 1987 en maakte zo een stuk van de ontwik­keling van het werk van het ICI mee. In de herdenkingsbundel staat o.a.: ‘Toen Brienen lid werd van het ICI zou dit referentiekader (nl. het denken vanuit de Schrift, vanuit de Nadere Reformatie en de Afscheiding, T.Br.) in zijn bijdragen herkenbaar blijven, met name de verbondsgedachte (...) Brienen zou een actieve rol gaan spelen in het ICI. Hij deelde het streven naar een dialogische relatie met het jodendom, maar was daarnaast ook heel goed op de hoogte van de calvinistische traditie in Nederland’ (blz. 40,56).

Een plek voor Messiasbelijdende Joden

Waarover de gezamenlijke bezinning en het onderling overleg gingen binnen het ICI? O.a. over de plaats van Hadderech, de Messiasbelijdende Joden. Die is spanningsvol. Enerzijds worden zij door de Joden zelf niet meer als Joden erkend, zelfs bijna afgeschreven. Anderzijds voelen zij zich ook niet helemaal thuis in de bestaande kerken. Hun diepe vroomheid sprak mij altijd aan en daarin erkende ik de eenheid met hen, maar theologisch was en is nog hun opstelling erg zwak, vooral waar het gaat om het eschatologische denken over de plaats en functie van de Joden in Gods heilswerk.

De relatie tot de Staat Israël

Een ander punt is de verhouding tot de staat Israël. Hoe langer hoe meer kwam deze bezinning te staan in het spanningsveld van de verhouding tussen Israël en de Palestijnen. Al hechtte het ICI belang aan primaire aandacht voor het jodendom en de Joden - denk aan de Jeruzalemseminars -, steeds mengde zich de kritische tegenstem van het Werelddiakonaat en Pax Christi met hun solidariteit ook met de Palestijnen, in de onderlinge bezinning.

Van vervanging naar ontmoeting

In de meeste aangesloten kerken werd beseft, dat het jodendom niet langer op de vóóroorlogse manier bejegend kon worden. Toen was er vrij algemeen sprake van jodenzending, van de vervangingstheologie en de ontkenning van de bijdrage van Israël aan het Koninkrijk van God. Nu gaat het om ontmoeting, gesprek, dialoog en een luisteren naar elkaar met respect voor ieders eigenheid. Er leefde ook sterke sympathie voor de staat Israël.

Dit alles nu kreeg gestalte in het beleggen van conferenties in ons eigen land en in seminars in Israël, waar vooral ook joodse ‘theologen’ en ‘kerkleiders’ werden ontmoet. De Jeruzalemseminars werden praktisch door de heer Marinus Groeneveld georganiseerd. Ik vergeet nooit, dat in Jeruzalen eens de bekende joodse professor David Flusser een boeiende lezing hield, waarin hij o.a. de Nederlandse theologen Voetius en Witsius citeerde.

Vouwbladen met informatie

Het ICI verzorgde ook de uitgave van de z.g. ‘vouwbladen’ Wat ieder van het Jodendom moet weten, die verschenen vanaf 1981 tot 1997. Zij gingen o.a. over: de Staat Israël, het Antisemitisme, Jezus de Jood, de Talmoed, de Messias­verwachting, de religieuze Richtingen binnen het Jodendom, de gemeenschap­pelijke Bijbel, het Joodse bidden e.d. In Ter Herkenning streefden S. Gerssen (hervormd) en A.C. Ramselaar (rooms-katholiek) ernaar om zowel joodse als christelijke auteurs aan bod te laten komen en het gesprek tussen beide te bevorderen.

Antisemitisme

Het ICI was verder steeds alert op uitingen van antisemitisme en maakte de kerken daarop attent. Het ICI hield zo de kerken keer op keer bij Israël betrokken en heeft in dit alles mooi, goed en zegenrijk werk gedaan.

Veranderende zienswijzen

Het laatste decennium van de 20e eeuw luidde voor het ICI een moeilijke periode in. Verschillende aangesloten kerken gingen de Bijbel anders lezen; minder als een verslag van historische feiten en meer als reportage van menselijke ervaringen met de God van Israël. De herinnering aan WO II verzwakte. Het gevoel van de urgentie bij de bestrijding van het antisemitisme begon in samenleving en kerk af te nemen, terwijl het beleid van de staat Israël in brede kringen op grote weerstand ging stuiten. De animo voor het gesprek Kerk en Israël neemt af, zowel van christelijke als van joodse zijde. De plaats van Hadderech wordt al penibeler.

De vrucht

Wat heeft het ICI in 60 jaar werk bereikt? In elk geval, dat het gesprek van Kerk en Israël en de bezinning daarop christenen, theologen en kerken in contact heeft gebracht met het levende jodendom. Er is meer oog gekomen voor de eigen waarde van het Oude Testament en de betekenis daarvan voor Israël tot op de dag van vandaag.

De uitdaging waarvoor we staan

Wat is het uitzicht voor heet ICI aan het begin van de 21e eeuw? Daar eindigt de herdenkingsbundel mee en ik geef het daaruit door: ‘De uitdaging in 2009 bestaat eruit om deze (genoemde, T.Br.) inspiratie over te dragen op de jongere generatie. Niet alleen het jodendom, maar ook het christendom is bezig een minderheid te worden. Het ICI concentreert zich in deze omstandigheden op zijn kerntaak: die van een contactorgaan, met allereerst verantwoordelijkheid voor de eigen situatie in Nederland. Inzet voor Palestijnen wordt niet afgewezen, maar de eigen opgave ligt op een ander terrein: de bezinning op de relatie met het jodendom. De leden van het ICI blijven onverminderd alert op her en der opduikend antisemitisme, al dan niet in combinatie met een vervangingstheologie.


In dit opzicht staat het ICI zij aan zij met het CIDI en het OJEC. Het verschil met deze instellingen is dat het ICI een band onderhoudt met de Messiasbelijdende Joden. Hadderech heeft over tal van zaken een eigen mening. Het weerhoudt het ICI niet van de overtuiging dat aan de Messiasbelijdende joden een legitieme plek toekomt in de christelijke gemeenschap, waar velen van hen zich in de twintigste eeuw onder zulke dramatische omstandigheden mee hebben verbonden. Gezamenlijk wordt gestreefd naar de continuering van meer dan zestig jaar werk voor Kerk en Israël’ (blz.161).


God zegene het werk van het ICI ook in de komende jaren.

dr. Teus Brienen
Vrede over Israël jrg. 54 nr. 3 (jun. 2010)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel