pijl omhoog

‘Jeruzalem, dat ik bemin...’


Wat betekent Jeruzalem in de geloofsbeleving van resp. Joden en christenen? Een verslag met persoonlijke impressies van een studiereis naar de navel van de wereld.


In het vorige nummer van Vrede over Israël schreef drs. Kees de Jong enkele impressies over de studiereis die een aantal deputaten maakten naar Israël in juni van dit jaar. Onder het thema Jeruzalem, huis van gebed voor vele volken had onze groep predikanten en theologisch geïnteresseerden een driedaagse ontmoeting met docenten en studenten van het Schechterinstituut. Dit instituut vormt ondermeer een rabbijnenopleiding van de zogenaamde ‘conservatieve’ stroming binnen het jodendom.

In dit artikel zoomen we wat verder in op deze ontmoeting tussen christenen en Joden. Wat betekent Jeruzalem voor hen en voor ons?

Westelijke muur

Eén van de mooiste ervaringen die een reiziger in Jeruzalem kan opdoen, is wel het bijwonen van het begin van Sabbat bij de Westelijke Muur (door velen Klaagmuur genoemd). Onze reisgroep was precies op tijd in de stad gearriveerd om daarbij aanwezig te kunnen zijn.

Tegen het vallen van de avond is het dan een drukte van belang. Allerlei verschillende groepen Joodse gelovigen verzamelen zich bij die ene, grote muur. Ooit is hij gebouwd door Herodes de Grote als steunmuur van het complex rond de tempel. Toen dus niet zo’n belangrijke muur. Maar nu wel. Nu de tempel er niet meer is en op de plek daarvan twee islamitische heiligdommen staan, is de Weste­lijke Muur een heilige plaats geworden voor het jodendom.

Bij het begin van de Sabbat is dat goed te zien. Een enorme mensenmassa zegt daar dan de gebeden. Wat me opviel, was de geweldige diversiteit. Zo zijn er ortho­doxe Joden, die intensief bij de muur staan te bidden. Gebedenboek in de hand. Even verderop stonden — naar het bleek — Joden behorend bij liberalere stromingen. Ze droegen geen zwarte kleren en hoeden, maar hadden uiteraard wel hun gebeden­boeken in de hand en hun gebedsmantels om. En toen het gebeuren al een tijdje aan de gang was, werd mijn aandacht getrokken door een groep Israëlische soldaten. Hun gebeden liepen uit op een vrolijke rondedans, waarbij ook anderen binnen de kring werden getrokken om mee te doen.

Wat gebeurt daar?

Een geweldige belevenis om daar te zijn. Maar wat gebeurt daar nu eigenlijk op zo’n avond? Hoewel het geweldig intrigerend is om te midden van al deze mensen te staan, kwamen er in onze reisgroep toch ook wel wat vragen boven. In hoeverre is er hier nu sprake van beeldendienst? Wie niet beter weet zou zomaar kunnen denken dat hier een muur wordt aanbeden.

In april 2009 schreef onze voormalige Israëlconsulent drs. Kees Jan Rodenburg in dit blad een artikel over de Westelijke muur. Hierin schrijft hij dat deze muur iets van Gods heerlijkheid en aanwezigheid representeert. Daarbij gaat het niet om de muur en oude stenen zelf. Volgens de Joodse traditie wacht Gods heerlijke aan­wezig­heid, zijn Sjechina, achter de muur op zijn bruid Israël. Hij wacht tot zij komt en Hem zoekt.

Het gaat bij de Muur dus niet alleen om uiterlijkheid. Kern van het samenkomen daar is voor Joden juist de innerlijkheid van het verlangen naar God. Het is één van de voornaamste uitingen van het leven in verbondenheid en gehoorzaamheid aan God.

Morgengebed

Juist deze ‘geloofsbevinding’ kwam twee dagen later opnieuw sterk naar voren. Die dag was ook de tweede dag van onze ontmoeting met rabbijnen en studenten van het Schechterinstituut. We waren uitgenodigd om ’s morgens bij de Westelijke Muur hun ochtendgebed mee te maken. Omdat het maandag was, waren ook de Tora­rollen meegenomen voor een lezing daaruit.

Zo stonden we op die morgen op een tiental meters van de muur. Niet op het bekende plein, maar rechts daarvan, op een rustige plek. Het was duidelijk merk­baar dat de plek iets losmaakte bij onze Joodse gesprekspartners. De wijze waarop zij hun gebeden opzegden en uitzongen was indrukwekkend.

In latere gesprekken daarover werd duidelijk hoe centraal Jeruzalem is in hun geloofsbeleving. Deze stad, en in het bijzonder die plek daar bij die oude muur, vormt het centrum van hun verlangen en de bron voor hun leven. Veel studenten waren speciaal in Israël komen wonen, om in de nabijheid van wat ooit de tempel was hun opleiding tot rabbijn te volgen. Hun afkomst varieerde van India tot Vlaan­deren. In Jeruzalem echter voelden ze zich het meest thuis. Want hier leefden en geloofden ze in de buurt van de plek, waar God zich een woning had verkozen.

Dat betekent overigens niet dat je alleen in Jeruzalem werkelijk Jood kunt zijn. Wel echter dat waar je ook bent je gebeden zich richten naar het epicentrum: Jeru­zalem met haar Westelijke Muur en voormalige tempel. De plaats waar ooit de HERE woonde op zijn troon op het verzoendeksel is nog altijd de kern, van waaruit een welhaast lijfelijk voelbare straling de Joodse harten verwarmt. Des te dichter je bij de bron bent, des te duidelijker je haar uitstraling voelt.

Christenen in Jeruzalem

Hebben wij als christenen iets van die straling gevoeld en meegekregen? En moeten wij als kerk iets hebben met dit Jeruzalem? Jeruzalem heeft op vele christenen een betoverende aantrekkingskracht. Dat is in de stad ook wel te zien: vele kerken, stilte­plaatsen en min of meer heilige plaatsen worden jaarlijks bezocht door duizenden pelgrims. En wanneer je de bonte mengelmoes van allerlei christelijke, islamitische en Joodse stromingen daar in de weer ziet, begrijp je waarom die laatmiddeleeuwse kaart met Jeruzalem als centrum van de wereld, zo gek nog niet is. In de boeken van de profeten wordt het al gezegd: de volkeren zullen komen om in Jeruzalem te aanbidden (vgl. Jes. 2:1-5).

En was het onze Heiland zelf niet voor wie Jeruzalem ook het centrum was? Jezus ging op naar Jeruzalem om de feesten te vieren. Als twaalfjarige jongen zat Hij er te midden van de leraren in de tempel (vgl. Lukas 2:40-52). In de Bergrede noemt Jezus Jeruzalem nog altijd naar Psalm 48 ‘de stad van de grote Koning’ (Matth. 5:35) en was het niet over deze stad dat Jezus tranen huilde? ‘En toen Hij nog dichter­bij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide: och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen.’ (Lukas 19:41) Jeruzalem is de stad van Jezus, waar Hij zijn via dolorosa is gegaan. En op de Olijfberg stonden als laatste zijn voeten, voordat Hij ten hemel werd opgenomen.

Dan kan het haast niet anders of er zal bij een christen die deze stad bezoek een snaar gaan trillen.

Boven Jeruzalem

Er is veel te leren van de toewijding en discipline waarmee Joden hun gebeden tot God richten en hun blik naar Jeruzalem richten. Toch is het de vraag of een christen wel ooit kan meevoelen met de Joodse beleving van Jeruzalem als centrum van ge­loof en aanbidding. Dat ligt niet alleen aan het feit dat een christen uit de heidenen nu eenmaal geen vaderlandsliefde voelt voor Israël als thuisland. Heidenen worden in Christus ook slechts ingeplant in de wijnstok van Gods volk (Rom. 11:17).

Het voornaamste verschil ligt mijns inziens echter in een andere blikrichting. Het epicentrum van ons geloven en belijden ligt niet binnen de muren van Jeruza­lem. Zelfs niet buiten de muren van de stad. Ook al bezocht ik de graftuin, van waaruit je zicht hebt op wat de heuvel Golgotha zou moeten zijn geweest.

Voor een christen ligt het epicentrum boven de muren van Jeruzalem. Juist omdat Jezus niet in Jeruzalem of in haar nabijheid is gebleven, maar in de hemel is opgenomen zal een christen zijn gebeden tot Hem richten. Christus zelf is de kern, van waaruit ons hart wordt verwarmd!

Hebreeën 10

Het is onder andere dit verschil dat in de gesprekken met onze Joodse gespreks­partners naar voren kwam. Op de eerste dag van onze ontmoeting spraken we in kleinere groepen over Hebreeën 10. Dit hoofdstuk was van onze kant ingebracht als gespreksstof. Hebreeën 10 gaat over het volmaakte offer van Christus. Zijn offer heft het eerste op (v.9). Dat wil zeggen: zijn offer heft de noodzaak van tempel­offers op. Want zijn offer neemt de zonden weg, eens en voorgoed (v.11-12). Onze gebeden en geloofsverwachting zullen zich dan ook niet anders kunnen richten dan op Christus zelf, die nu ter rechterhand van de Vader is. Daarbij verwachten wij het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemelen zal neerdalen (Openb. 21:2).

Rondom de teksten uit Hebreeën 10 hebben we intensief gesproken. Juist daar kwamen de verschillen op het scherpst aan het licht. Juist daar ook ontstond er ruimte om te getuigen aangaande Christus. Het was spannend en leerzaam om dat te mogen doen.

‘Jeruzalem, dat ik bemin’

Deze woorden uit de berijming van Psalm 122 hebben in respectievelijk jodendom en christendom een ander accent. Joden richten hun gebeden tot het aardse Jeruzalem. Daarbij aanbidden ze geen stenen; het is ook hen te doen om de levende God. Hun verwachting richt zich op de plek waaraan God zich verbond in het Oude Testament en waar de Messias zich zal openbaren. Christelijke verwachting richt zich op de Messias die al gekomen is, in wie God zich naar Zijn wezen heeft geopenbaard: Jezus Christus. Daarmee komt het aardse Jeruzalem van nu in een ander licht te staan maar verliest het niet aan betekenis. Het blijft daarom voor Joden en christenen een stad met een geweldige aantrekkingskracht!

drs. Florimco van der Rhee
Vrede over Israël jrg. 54 nr. 5 (nov. 2010)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel