omhoog

Helsinki Consultation 2014


In 2010 werd het Helsinki Consultation (Overleg) opgericht, dat jaarlijks samenkomt om vragen te bespreken waarmee men zich als Joden binnen het lichaam van Christus geconfronteerd ziet.

Na conferenties in Helsinki, Parijs, Berlijn en Oslo werd dit jaar (2014) van 21 tot 25 juni een conferentie gehouden op de Christelijke Hogeschool te Ede (CHE). Het Centrum voor Israëlstudies was gastheer.


Het Helsinki Consultation bestaat uit geleerden uit Finland, Frankrijk, Duitsland, Israël, Rusland, Groot Brittannië en de Verenigde Staten. De geleerden behoren tot de Katholieke, Orthodoxe, Protestantse en Messiaanse tradities. Ze ontmoeten elkaar om hun broederschap in het geloof te verdiepen en om zich te bezinnen op hun roeping en rol als Joodse gelovigen in Jezus - in Israël en in de kerk.


Het onderwerp van dit jaar was: ‘Gezag, Vrijheid en Traditie in het leven van Joodse volgelingen van Jesjoea (Jezus)’. Voortbouwend op gesprekken uit vorige bijeenkomsten, werd op papier door iedere deelnemer een bijdrage geleverd. Deze was gericht op de rol welke het leven uit de Tora speelt binnen de Joodse en de christelijke traditie in het licht van het geloof in Jesjoea. De deelnemers motiveerden hun bijdrage als volgt:

‘Als Joodse gelovigen in Jesjoea worden we uitgedaagd om onze relatie tot de twee tradities waarvan we erfgenamen zijn te definiëren. Tradities die dikwijls als onderling onverenigbaar, dus elkaar uitsluitend, worden beschouwd.
We wisselden verschillende aspecten uit van dit complexe en veelzijdige onderwerp en hebben een gezamenlijke verklaring uitgegeven.’


Verklaring

Als Joodse volgelingen van Jesjoea (Jezus) zijn we erfgenamen van en respecteren we zowel de Joodse als de christelijke tradities.

De Joodse traditie, geworteld in de Thora en in de loop der eeuwen ontwikkeld, geeft leiding aan het leven van ons volk Israël en blijft een onmisbare bron van onze identiteit.

De christelijke traditie, geworteld in Christus, en die zich sindsdien ontwikkeld heeft, vormt het leven van het lichaam van Christus en is daarom een onontbeerlijke bron voor ons gedeelde geloof en leven in de Messias.


Tragisch genoeg heeft de Joodse verwerping van de wettigheid van Joods geloof in Jesjoea als Messias en de christelijke afwijzing van de werkelijkheid van blijvende verbondenheid met het Joodse volk centraal gestaan in de ontwikkeling van de twee tradities.

We erkennen de noodzaak om deze verwerpingen, die het hart raken, te betwisten.


Hoewel het Messiasschap van Jesjoea in de rabbijnse traditie niet erkend wordt, geloven we dat de Geest van Jesjoea aan het werk is in zijn volk. Aan de andere kant, heeft de christelijke traditie, gebaseerd op het onderwijzend en verlossend werk van Christus, dikwijls een verdraaid begrip van Christus verkondigd, door zijn Joodse identiteit en zijn blijvende verbondenheid met het Joodse volk en haar traditie niet te erkennen.

Als erfgenamen van beide tradities, ons geloof in Jesjoea en onze verbondenheid met ons volk, verplichten ons om elk van beide tradities met kinderlijk respect en met de kritische vrijheid van volwassen zonen en dochters te aanvaarden.


Als Joden die geloven in Jesjoea representeren we een spectrum van grote verscheidenheid in de manier waarop we op concrete wijze de Joodse en christelijke tradities die we geërfd hebben tot uitdrukking brengen. Een ieder van ons verenigt op de een of andere manier in zich trouw aan de essentiële gebruiken van deze tradities, zoals de Sabbat en het Avondmaal.

In ons zoeken naar een authentieke manier om leerlingen van Jesjoea te zijn, beleven we vreugde in een groeiende harmonisering en natuurlijke integratie van deze twee tradities.

Tegelijk klopt in ons de spanning die tussen Joodse en christelijke tradities bestaat.

Hoe verschillend onze praktijken ook mogen zijn (en diversiteit is eigen aan beide tradities), deze praktijken geven uitdrukking aan onze gezamenlijke inzet om de Heer Jezus te eren en identificeren ons als leden van het Joodse volk.


Een belangrijke conferentiedag

Onlangs werd in Ede (mede op initiatief van het CIS en de CHE) een internationale conferentie gehouden van theologen die behoren tot de Joodse volgelingen van Jezus. Eén dag was ook voor niet-Joodse belangstellenden opengesteld. Veel belangstellenden kwamen hierheen om met de Joodse christenen te spreken over hun bijzondere plaats in de kerk.

Een eigen plaats in de kerk

Het blijkt dat er bij Joodse volgelingen van de Here Jezus Christus onderling wel verscheidenheid bestaat. Ondanks alle verschillen blijkt er echter steeds het gezamenlijke besef te leven bij deze Joodse volgelingen van Jezus dat zij een eigen plaats en roeping hebben in Zijn kerk. Dit was al bij de eerste sprekers te merken: Mark Kinzer en Antoine Levy.

Mark Kinzer werkt bij een opleiding voor Joods-christelijke voorgangers in Amerika en is rabbijn van een messiaans-Joodse synagoge. Zijn religieuze wortels wil hij in de specifiek Joodse context gestalte geven. Hij beklemtoonde echter dat hij niet sektarisch wil zijn en zijn benadering nooit dwingend aan andere christenen oplegt. Hij wil juist helend en verbindend optreden, teneinde in de kerk de leden met Joodse wortels en de christenen uit de heidenvolken dichter tot elkaar brengen. De Joodse volgelingen van Jezus moeten een teken zijn dat verwijst naar de diepere eenheid van de kerk in Christus. Ondanks een heel verschillende afkomst is er eenheid in de ene Messias van de Joden en de (heiden)volken.

Een andere persoon is Antoine Levy, behorend tot de orde van dominicanen in de Rooms-Katholieke kerk en hoogleraar in Finland. Hij behoort tot de groep Joodse christenen die volledig hun plaats innemen in één van de vele christelijke kerken, maar toch hun bijzondere plaats als Joodse christenen niet vergeten. Levy noemde enkele voorbeelden van Joodse christenen die na toetreding tot de kerk zich toch met hun Joodse volksgenoten verbonden bleven voelen, maar dat verschillend gestalte gaven. Onder hen gaf hij bijzondere aandacht aan de bekende zuster Edith Stein en haar blijvende verbondenheid met haar volk, tot in het vreselijke lijden onder het nazibewind. Deze voorbeelden zijn een signaal voor christendom en jodendom beide.

Momenten uit workshops

In diverse workshops werden ook leerzame dingen gezegd. Volgens veel Joodse christenen dienen het Joodse deel van de kerk en het deel uit de (heiden)volken er voor elkaar te zijn als aanvulling. De eigen roeping van het Joodse deel werd ergens als volgt geformuleerd. Het niet-Joodse christendom was soms sterk “geestelijk” gericht, maar daardoor kan een “vergeestelijking” ontstaan die vervreemdt van de aardse, “vleselijke” (d.w.z. stoffelijke, concrete) werkelijk­heid. Het Joodse denken is juist vol van het besef dat het gaat om het concrete bestaan waar ons geloof betrekking op heeft. Juist dit Joodse denken herinnert er steeds weer aan dat de lijn naar boven (het geestelijke) en het zicht op het aardse, dagelijkse leven als een diepe eenheid voor Gods aangezicht moeten worden beleefd. Het Joodse deel van de kerk is een voortdurend appel op de wereldkerk om niet eenzijdig vergeestelijkend of abstract over God te denken.

Door een ander werd het anders geformuleerd: het deel van de kerk uit de volken laat zien dat het volgen van Christus wereldwijd en universeel gebeurt. Het Joodse deel van de kerk zal altijd weer eraan herinneren dat Gods werk ook particulier van karakter is, gericht op concrete mensen. God koos eerst één volk en één land uit en werkte van daaruit verder.

Wanneer Paulus beschrijft hoe èn de oorspronkelijk Joodse christenen èn de gelovigen uit de (heiden)volken in de kerk van Christus tot elkaar komen, zegt hij dat God die twee tot één heeft gemaakt (Efeze 2). In één van de workshops werd hierop ingegaan met als voorbeeld het huwelijk, waar ook twee personen tot een eenheid worden samengevoegd en er tòch sprake blijft van twee verschillende personen. Beklemtoond werd dat Paulus hierbij schrijft dat beide in één Geest toegang hebben tot de Vader. Beide dus! Wel in één Geest, want alleen Christus biedt de toegang tot God en alleen Hij opent de weg tot verlossing. En toch blijft er sprake van beide. Deze beide “groepen” christenen houden hun eigen plaats en achtergrond. Zij kunnen wederzijds iets voor elkaar in Christus’ kerk betekenen.

Velerlei betekenis

Hierboven werden voorbeelden genoemd hoe onze Joodse broeders en zusters binnen de kerk hun betekenis daar vanuit hun eigen plaats kunnen zien. Als een herinnering aan de wortels van de kerk, of als een herinnering aan het feit dat God het concrete leven op aarde op het oog heeft of ook daaraan dat Gods werk niet alleen wereldomvattend is, maar ook particulier gericht op concrete mensen. Aansluitend op dit laatste (het particuliere) kan worden gezegd: ze vormen een blijvende herinnering aan Gods verbond en verkiezing, twee noties die voor de gereformeerde wereld belangrijk zijn!

Maar de betekenis van de Joodse volgelingen van Jezus voor de kerk omvat nog meer. Zij kunnen vanuit hun achtergrond Bijbelwoorden bijzonder laten spreken. Zij zijn ook een bevestiging van onze blijvende verbondenheid met Israël. Zij zijn een bewijs van Gods blijvende trouw aan Zijn volk.

Nog verder gaat iets dat tijdens deze conferentiedag ook even genoemd werd. Is de eenheid van Gods volk voltooid als alle verschillen tussen christelijke groeperingen overbrugd zouden zijn? Nee, want de Joodse christenen blijven ons eraan herinneren dat er dan nog een laatste scheiding moet worden weggenomen, namelijk die tussen christenen en het merendeel der Joden. Die scheiding is er helaas omdat velen in Israël Jezus niet aannamen als Messias; maar dit kan alleen worden geconstateerd met groot verdriet daarover, omdat de kerk op aarde zodoende een blijvende wond heeft.

Enkele andere momenten

Tenslotte nog enkele andere momenten. In één van de workshops werd uitgelegd waarom een deel van de Joodse christenen nog steeds de wet van Mozes volgt. Niet als een weg tot verlossing, maar als verrijkende invulling van het leven dat daar­door zinvoller en gelukkiger wordt. Ook hier was te beluisteren de godsdienstige aandacht voor het dagelijkse leven. Maar vooral de vreugde over het goede dat men in Gods geboden als leefregel voor het Joodse volk heeft ontvangen.

Ergens anders kwam ter sprake hoe men het beste een getuige van Messias Jezus onder het Joodse volk kan zijn. Verschillende aandachtspunten werden genoemd. De Berlijner christen-rabbijn Vladimir Pikman merkte echter tegelijk op: of je wel of niet een Joodse afkomst hebt, het zal er altijd om gaan dat je eerst een relatie met mensen weet te leggen.

Bijzonder was aan het einde van de dag de afsluiting met het zingen van Hebreeuwse liederen en het gezamenlijk bidden van het Onze Vader, ieder in zijn eigen taal. Zo waren hier christenen met zowel Joodse als andere afkomst samen. Inderdaad, in Paulus’ woorden: beide hebben in één Geest toegang tot de Vader.

drs. Wim de Groot
Vrede over Israël jrg. 58 nr. 5 (dec. 2014)
www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel

vrede-over-israel