pijl omhoog

De messias is gekomen…! Of toch niet?


‘The Messi-ah finally arrives!’ Met chocoladeletters maakte de Times of Israel afgelopen november de komst van de zoveelste ‘messias’ wereldkundig. Al zijn vaardigheden ten spijt werd ook hij echter te licht bevonden.


Met grote regelmaat wordt de vraag gesteld: Hoe zit het eigenlijk met de Joodse messiasverwachting? In een tweeluik gaan we dieper op dit onderwerp in. Dit eerste artikel is historisch getoonzet: hoe manifesteerde de messiasverwachting zich in de afgelopen millennia? Het tweede artikel – in het volgende nummer van Verbonden – is meer theologisch van aard: aan welke criteria dient de messias volgens het rabbinale jodendom te voldoen?

Fundamenteel

Het uitzien naar de komst van de messias is een van de fundamentele geloofs­stukken van het jodendom. De bekende Joodse geleerde Maimonides heeft ooit gezegd dat een Jood ‘die niet gelooft in de messias en evenmin zijn komst verwacht, niet alleen de andere profeten, maar ook de Thora en Mozes, onze rabbijn, negeert.’

Het messiasgeloof is desondanks lang niet altijd even levendig. Er bestaat een samenhang tussen het maatschappelijke wel en wee van het Joodse volk en de messiasverwachting. Tijden van tegenspoed vormen olie op het vuur van verlangen naar zijn komst. Voorspoed en welvaart daarentegen doven dit uitzien.

Zoon van de ster

In de loop der tijd zijn er tal van Joden geweest die kortere of langere tijd als ‘messias’ door het leven gingen. Het is niet helemaal duidelijk hoeveel van deze zogenaamde ‘messiaspretendenten’ er in de loop van de tijd zijn geweest. Onderzoekers spreken over zeker twintig personen.

De eerste naam op de lijsten met messiaspretendenten is vaak Jezus van Nazareth. Hij geldt als meest succesvolle Messias, zo wordt er vaak in een toelichting aan toegevoegd. Zijn kleine 2,5 miljard volgelingen zie je niet zomaar over het hoofd...

Een tweede bekende ‘messias’ leefde ruim een generatie na Jezus. Zijn naam luidde ‘Bar Kochba’, zoon van de ster. Naar verluidt ontving de rebellenleider deze messiaanse titel (vgl. Num. 24:17) van de invloedrijke rabbijn Akiva. Bar Kochba leidde tussen 132-135 na Chr. het Joodse verzet tegen de Romeinen.

De rebellenleider kon de messiaanse verwachtingen uiteindelijk niet waar maken. Joodse geleerden uit later tijd gaven hem de veelzeggende naam Bar Koziba, zoon van de leugen. De ervaring maakte verder dat Joodse religieuze leiders zich uiterst terughoudend opstelden als er weer iemand claimde de messias te zijn.

Genie en gek

Alle terughoudendheid ten spijt, het fenomeen messiaspretendent bleef bestaan. Een ‘messiaanse bloeitijd’ was de late Middeleeuwen. Volgens mystieke geschriften en kabbalistische berekeningen zou de messias zich in die tijd openbaren. Tal van personen werden kortere of langere tijd als messias bejubeld, maar stelden uiteindelijk toch weer teleur.


Een uiterst serieuze kandidaat leefde in de tweede helft van de zeventiende eeuw: Sabbatai Zevi (1626-1676). Zevi vertegenwoordigde een genie en gek in één persoon. Enerzijds gold hij als autoriteit op onder andere het terrein van de Joodse spiritualiteit. Anderzijds was het op z’n minst merkwaardig dat hij huwde met zowel een thorarol als een gewezen prostituée.

Op Joods Nieuwjaar in het jaar 1665 werd hij in Smyrna officieel uitgeroepen tot messias. De ‘blijde boodschap’ verspreidde zich als een lopend vuurtje. Invloedrijke rabbijnen schaarden zich achter hem en Joodse delegaties uit verschillende landen bezochten Zevi om hem als messias te eren.

Op 16 september 1666 kwam de omwenteling. De Ottomaanse autoriteiten hadden Zevi gevangengenomen en stelden hem voor de keuze: of bekering tot de islam óf het vuurpeleton. De ‘messias’ koos eieren voor zijn geld. Naar verluidt onderstreepte hij zijn bekering tot de islam door een tulband op te zetten.

Het behoeft geen betoog dat het gros van zijn volgelingen Zevi meteen de rug toekeerde. Een aantal Joden bleef echter trouw aan de ‘messias’. Nog steeds leven er in Turkije naar schattingen enkele tienduizenden zogenaamde Dönmeh. Zij zijn blijven geloven in ‘messias’ Sabbatai Zevi.

Pelgrimsoord

In de eeuwen na Zevi was het om twee redenen vrij rustig als het gaat om Joodse messiaspretendenten. Allereerst was er het schokeffect dat de ontmaskering van Zevi teweegbracht. Ook de Franse Revolutie dempte het Joodse verlangen naar een messias. Het jodendom kreeg volop kansen zich te ontplooien. Een ‘selfmade’ messiaans vredesrijk leek binnen handbereik.


De meeste recente ‘messias’ ontpopte zich in de tweede helft van de vorige eeuw: Menachem Mendel Schneerson (1902-1994). Hoewel niet overtuigend is aangetoond dat hij zichzelf doelbewust profileerde als messias, wordt hij door een belangrijk deel van zijn aanhangers wel als zodanig gezien. Zij wijzen daarbij onder andere op zijn enorme verdienste voor het jodendom en de wereld (hierover meer in het volgende artikel).

Zijn volgelingen steken hun geloof in ‘messias’ Schneerson niet onder stoelen of banken. Zijn graf in New York is een waar pelgrimsoord (er zijn ook volgelingen van Schneerson die ontkennen dat hij gestorven is). Overal in Israël stuit je op posters en stickers met daarop de bebaarde rabbi.


Ondertussen is anno 2020 een niet onaanzienlijk deel van alle Joodse Israëli seculier. Het onderwerp messiasverwachting leeft bij hen dan ook niet of nauwelijks. Totdat er op 17 november 2019 een vliegtuig landde uit Argentinië. Aan boord de bekende stervoetballer Lionel Messi. Het riep uitgerekend bij deze groep Israëli krachtige gevoelens op. ‘The Messi-ah finally arrives!’ Voetbal is religie.




Drs. Groothedde (Jeruzalem) is consulent van het Centrum voor Israëlstudies

drs. Albert Groothedde
Verbonden jrg. 64 nr. 1 (jan. 2020)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden