omhoog

Bij de hemelpoort


In Genesis 28 zien we Jakob op de vlucht. Hij heeft vader Izak bedrogen en er zo voor gezorgd dat de zegen van vader Izak niet aan zijn tweelingbroer Ezau is geschonken, maar op hem is gelegd. Uit angst voor Ezau, die nu het voornemen heeft Jakob te doden, vlucht Jakob naar het ouderlijk huis van moeder Rebekka in Paddan-Aram.


De vlucht van Jakob begint in het zuidelijk gelegen Berseba. Hij reist die dag tot het moment dat het donker wordt. De plaats waar hij de nacht doorbrengt is niet heel bewust gekozen, maar als het ware door de omstandigheden bepaald: Hij ge­raakte op een plaats waar hij vernachtte (vers 11).

Jakob gaat slapen onder de blote hemel op een geïmproviseerde slaapplaats: hij gebruikt een steen als hoofdkussen. Deze keuze is opvallend omdat Jakob zich in de buurt van een stad bevindt: Luz. Blijkbaar heeft Jakob zijn redenen gehad om niet daar een veilig onderkomen voor de nacht te zoeken. Wellicht vond hij het overnachten in de stad niet de meest veilige optie (vergelijk de schending van de gastvrijheid in Genesis 19).

Godsverschijning

Het is op deze toevallige plek in de nabijheid van Luz dat Jakob een wonderlijke droom ontvangt. Een droom die hem door God gegeven is en die daarom ook als verschijning van God kan worden aangeduid (Genesis 35:1). Jakob ziet een ladder die op de aarde staat en tot in de hemel reikt. Langs die ladder klimmen de engelen naar boven en naar beneden. Helemaal bovenaan de ladder staat de HEERE Zelf. Vanaf die plaats spreekt de HEERE tot Jakob en geeft Hij hem een heerlijke belofte mee.

Vanaf vers 16 lezen we de reactie van Jakob. Hij ontwaakt uit de droom en zegt dan: Gewisselijk is de HEERE aan deze plaats en ik heb het niet geweten! En vervolgens: Hoe vreselijk is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods en dit is de poort des hemels! Hij besluit daarom deze plaats de naam Bethel, huis van God, te geven.

In deze woorden lijkt Jakob aan de plek zelf een bijzondere status te geven. Deze specifieke plek is de plaats waar God verblijft. Het is de plaats waar God woont (huis Gods) of op z'n minst de plek die toegang geeft tot de plaats waar God woont (de poort des hemels). Bethel is dus een plek waar God op een bijzondere manier te vinden is, en in die zin een heilige plek.

Heilige plaats

Min of meer kritische verklaarders zien in deze geschiedenis hoe Bethel als heilige plaats wordt ingelijfd in de geschiedenis van Israëls aartsvaders. Sommigen menen dat Jakob hier de ontdekking doet dat de plaats waar hij toevallig de nacht doorbracht een heilige plaats blijkt te zijn. Maar we lezen hier niet van Jakobs ontdekking van een heilige plaats. Als Bethel al een heilige plaats genoemd kan worden, dan toont deze geschiedenis dat Bethel dit door Jakobs nachtelijke ervaring gewórden is.

Maar kun je überhaupt wel zeggen dat Bethel hier een heilige plaats blijkt te zijn, in die zin dat de HEERE hier op een bijzondere manier te vinden is?

Het is allereerst de vraag of Jakob dat zelf bedoelt te zeggen. De plaats waar hij deze nacht geslapen heeft, is dat moment immers inderdaad de poort des hemels geweest. Dáár ging de hemel open en sprak God tot hem. Zoals op vele andere tijden en plaatsen de HEERE de hemel ook deed opengaan om te spreken tot mensen op aarde, zonder dat deze plaatsen tot heilige plaatsen werden. Voor Jakob is nu Bethel de plaats waar dat gebeurde en daarom kan hij van deze plek zeggen: Dit is niet dan een huis Gods en dit is de poort des hemels.

Toch lijkt Jakob nog wel iets meer te willen zeggen dan dat. Zeker in de woorden de HEERE is aan deze plaats en ik heb het niet geweten klinkt iets door van de gedachte dat Bethel als plaats in zichzelf een bijzondere status heeft waar de HEERE toch dichterbij is dan elders.

Versmalling

Bij het lezen van deze woorden is het echter wel belangrijk om onder ogen te zien dat het niet Gods woorden zijn, maar dat dit Jakobs oordeel is. Jakob zegt dit op het moment dat hij vreest (het woord wordt twee keer gebruikt in vers 17), terwijl de HEERE alleen maar woorden van troost, bemoediging en belofte tot hem heeft uitgesproken.

Dit oordeel van Jakob komt dan ook niet helemaal overeen met wat de HEERE nu net hiervoor tegen hem heeft gezegd. De HEERE spreekt immers niet van de plaats, maar van het land waarop Jakob ligt te slapen en dat aan hem en aan zijn nakomelingen geschonken zal worden (vers 13). Vervolgens zegt de HEERE: Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waarheen gij trekken zult (vers 15). Gods zorg is dus niet eens tot het land Kanaän beperkt, laat staan dat het beperkt zou zijn tot deze plaats. En ten slotte belooft de HEERE de terugkeer naar dit land. Kortom: als Jakob veel nadruk legt op het bijzondere van deze plaats en haar bijna een bijzondere status wil geven als plaats waar de HEERE meer nabij is dan elders, lijkt hij de woorden van de HEERE nogal te verengen.

Openstaande belofte

Jaren later zal de HEERE op deze plaats opnieuw aan Jakob verschijnen. Op een moment dat Jakob opnieuw door zondig handelen in grote nood is gekomen: de stad Sichem is door zijn zonen uitgemoord en geplunderd. Bethel blijkt opnieuw de plek te zijn waar de HEERE verlossend tot Jakob spreekt door hem antwoord te geven ten dage van Jakobs benauwdheid (Genesis 35:3). Niet omdat deze plaats in zichzelf een bijzondere heiligheid geniet, maar omdat Jakob op deze plek nog een belofte heeft openstaan (Genesis 31:13 en 35:1). Bij het inlossen van die belofte spreekt de HEERE weer tot Jakob én herhaalt Hij de belofte, die opnieuw het hele land betreft (Genesis 35:12).

Zo blijkt Bethel niet in zichzelf een heilige plaats te zijn, maar is het de plek waarvan je zeggen kunt dat de HEERE tot twee keer toe de soevereine keuze maakte Zich dáár aan Jakob bekend te maken.



Gespreksvragen

  1. Hierboven wordt de gedachte besproken dat de HEERE op bepaalde plekken, zoals in Bethel, op een bijzondere manier te vinden is.
    1. Herkent u bij anderen (of bij uzelf) de gedachte dat de HEERE op sommige plaatsen op een bijzondere manier te vinden is?
    2. Welke plaatsen dan?
    3. Hoe kijkt u daar zelf tegenaan in het licht van deze Schriftstudie?
  2. Hebt u speciale plekken waar u de HEERE zoekt in Schriftlezing en gebed? Maakt dat zo'n plek voor u tot een heilige plek? Waarom wel/niet?
  3. De HEERE zegt tegen Jakob dat Hij met hem zal zijn, overal waarheen hij trekken zal. Welke troost ligt daarin voor u?

Ds. A.D. Fokkema is chr. geref. predikant te Kerkwerve

drs. Arjan Fokkema
Verbonden jrg. 65 nr. 2 (apr 2021)
www.kerkenisrael.nl/verbonden

verbonden